is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 12

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WELKE DE OPPERVL.DERNEDERt. ONDERG.HEEFT. 53J

De berigten, aangaande de Nederlanden, klimmen niet hooger dan het begin der Christelijke tijdrekening; zoodat al die tallooze groote en kleine veranderingen van den Nederlandfchen bodem, waarvan wij berigt hebben, nog binnen den tijd van twee duizend jaren zijn voorgevallen. — Zou men dan met reden twijfelen kunnen , dat ook voor den aanvang van dit tijdvak, de uitwendige gedaante van dit lage, vlakke, en door het zand der zee en der rivieren aangelpoelde land, (*) bioctgefteld aan den vernielenden ftróom der rivieren, aan de woede des Oceaans, en nog meer aan de woedende noorde- en weste winden, aanzienlijke veranderingen moet hebben ondergaan.

Of die invloed van de zee op dit land grooter voor of na het begin der gefchiedenis geweest zij, of dezelve immer eene hoogte bereikt hebbe, tot welke zij naderhand niet meer gekomen is — of die invloed afnemend zij, éa wanneer het fterkfte of op zijn minst i — wie geeft ons hiervan de oplosfing? — Of waren er misfehien in vorige eeuwen nog rotsachtige bolwerken voorhanden, die het land beveiligden tegen het geweld der zee, de verzandingen der rivieren en het orviettoord formeren van die uitgebreide moerasfiga vlakte ? — Of heeft eerst, na eene alles overftroomende doorbraak van den Oceaan, de vernielende kracht van bmnenlandfche meren, den lagen grond in een moeras veranderd? —t-

Stond die doorbraak in verband met diegene , welke de zamenhangende, doch nu gefcheidene, krijtbergen van Dover tot Boulognc, vaneen gefcheurd heeft. —-

Gefchiedkundig weten wij van dit alles niets, doch met waarfchijnlijkheid kunnen wij een bevestigend antwoord geven, op grond van hetgeen, warde natuurkunde en in het bijzonder de geologie of natuurkundige kennis van de aarde ons leeren. — -

Men heeft vastgefteld, dat in vroegeren tijd Engeland

aan

(*) Er lag dan, inderdaad, meer waarheid, in bet inüjvitigsdeereet van" napoleon,, waarbij het aangelpoelde land , volgens de Rom. wet, tot den aangrenzenden bodem gevoegd werd, dan men misfehien wel eens dacht; maar kon er voor het vrije volk van Nederland, hetwelk den aangedikten grond aan zich onderworpen had, honender uitdrukking zijn, dan die, welke eea geheel- volk in den rang van Servi glebae ilelda. LI 3

I