is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 9, 1894/1895 [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68

iets over trefkans.

de practijk zal aantoonen. Toch vond ik het onderwerp van genoeg belang om aan een onderzoek te onderwerpen. Het resultaat daarvan bied ik aan de lezers van het Marineblad aan, mij zeer aanbevelende voor op- en aanmerkingen, opdat wellicht daardoor het spreekwoord »du choc des opinions jaillit la vérité" bewaarheid worde.

Als uitgangspunt van mijne beschouwingen stelde ik mij de vraag ,;wat zal de trefkans zijn, die men met de kanonnen van 28 cM. A. No. 1 en 21 cM. A. No. 1 op afstanden van 1000, 2000 en 3000 M. kan verwachten op eenige schepen van ons defensie-materieel?" Deze onderstelling mag wellicht vreemd schijnen, daar men toch niet op eigen schepen zal vuren, maar gegevens omtrent de ballistische eigenschappen van buitenlandsche vuurmonden stonden mij niet in voldoende mate ten dienste, terwijl, om een voorbeeld te noemen, de kns. van 21, 24 en 26 cM. der Duitsche marine ballistisch toch tusschen de door mij gekozen vuurmonden inliggen, evenals het kanon van 28 cM. A. No. 2.

In de eerste plaats moet nu de vraag worden gesteld, welke de oorzaken zijn, waardoor het doel niet wordt getroffen in het punt, waarop gericht wordt.

Wij kunnen deze oorzaken splitsen in:

le. Afwijkingen tengevolge van de spreiding der projectielen ten opzichte van de gemiddelde kogelbaan.

2e. Afwijkingen van de gemiddelde kogelbaan van de normale, tengevolge van bekende oorzaken, die in de practijk geheel of gedeeltelijk verwaarloosd worden.

3e. Afwijkingen van de gemiddelde kogelbaan tengevolge van onvoldoende bekendheid met den afstand van het doel.

4e. Afwijkingen, ontstaande tengevolge van de voortgaande beweging van het schip of van het doel.

5e. Afwijkingen tengevolge van persoonlijke fouten van den schutter.

Bovenstaande oorzaken zullen achtereenvolgens afzonderlijk worden behandeld, waarna zal worden nagegaan op welke wijze het mogelijk zal zijn de uitkomsten te combineeren.

le. Afwijkingen tengevolge van de spreiding der projectielen ten opzichte van de gemiddelde kogelbaan.

In de schootstafels der zware vuurmonden der K. N. M. worden geen gegevens aangetroffen omtrent spreiding, zoodat mij daarvoor geen leidraad ten dienste stond. Evenmin zouden de weinige door de firma Krupp te Essen gepubliceerde schijfbeelden daarvoor kunnen dienen. Er moet dus getracht worden langs theoretischen weg eenige gegevens te verzamelen, die niet anders dan ruwweg benaderde waarden konden opleveren.

Na beëindiging van mijn arbeid geraakte ik in het bezit van de schootstafels der kns. van 24 cM. A. L. 30 kal. en van 30 cM. A. van het leger, waarin wel spreidingstabellen zijn opgenomen. Mijne uitkomsten daaraan toetsende, was het resultaat zoo gunstig,