is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 9, 1894/1895 [volgno 8]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»!)2

OPLEIDING VAN Dfl ZEEOFFICIEREN.

Tweede Studiejaar.

Talen : Maleisch — herhaling van het le jaar; schrijven, maken van opstellen.

Geschiedenis — die van het Zeewezen en de Oost-Indische Krijgsgeschiedenis, voor zooverre belangrijk voor de Marine.

Aardrijkskunde — Land- en volkenkunde, voornamelijk wat onze Bezittingen aangaat, repetitie en voortzetting van het geleerde in het 1" jaar.

Stereometrie, beschrijvende Meetkunde, Kaartteekenen.

Analytische Meetkunde, Goniometrie, Trigonometrie.

Werktuigkunde ( grondbeginselen en ) voor zooverre zij noo-

Scheikunde | voorts ( dig zijn om de prac-

Natuurkunde — voornamel. electriciteit en ( tijk van het marinemagnetisme J vak te verklaren.

Artillerie — het wiskundig gedeelte, de kogelbaan, richten, schootstafels — maar, niet te diep er op ingegaan.

Scheepsbouw — voortzetting van het eerste jaar.

Stoomwerktuigkunde. — En hier is het hoog tijd dat eens aanmerkelijk worde besnoeid, en niet gevergd dat de adelborsten, a. s. zeeofficieren, er even veel van leeren als machinisten. De zeeofficieren hebben heel wat anders te doen dan bijv. eens in de honderd jaar, te behoeven een machine aan te zetten of een ketel te stoken. Voor dezen dienst is een geheel apart corps officieren-machinist (met twee rangen zelfs) machinisten (vier rangen) leerlingen en een massa vuurstokers.

Practijk : 's winters exerceeren met geschut en handwapenen, infanterie-exercitie, gymnastiek en schermen, 's Zomers: schijfschieten en de «Urania".

Derde Studiejaar.

Stuurmanskunst en Sterrekunde.

Torpedo's (visch en spar).

Landsdefensie en Versterkingskunst.

Stoomwerktuigkunde — vervolg van het 2e studiejaar.

Artillerie / ...

Natuurkunde voortzetting en repetitie.

Rechtspleging bij de zeemacht. Militair recht en al den aankleve van dien, opdat er beter gronden dan nu bij de Marine voor een goede Rechtsbedeeling komen, en men vooral leere, beide partijen in eenige zaak te hooren, en billijk te zijn tegen iedereen. En is het niet natuurlijk, dat de adelborst van de rechtspleging, die hij als officier zoo dikwijls in practijk zal moeten brengen, degelijke noties krijgt,^ evenals van elk ander vak dat hem te pas zal komen? Zijn de juristen-studenten zooveel ouder dan adelborsten 2" kl. van 18 tot 19 jaar?