is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 9, 1894/1895 [volgno 8]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

396

OPLEIDING VAN DE ZEEOFFICIEREN.

Een voor de artillerie.

Een voor tuigkennis en manoeuvres (commandant „Urania").

Een voor torpedokennis en zeetactiek (met den heer C. S. noemen we dat de kennis om ram, torpedo en geschut behoorlijk te kunnen gebruiken in onze nauwe zeegaten).

Een officier der mariniers voor alle exercitiën, hetzij met geschut, dan wel met de handwapenen.

Een voor de landsdefensie in haar geheelen omvang en de versterkingskunst; de eerste vooral in verband met de samenwerking van land- en zeemacht, tot verdediging van kusten en zeegaten. (Commandant Staunch.)

Omtrent een stoomwerktuigkundig ingenieur voor 't onderwijs in scheepsbouw en scheepsmachine-bouw, gaan wij met C. S. mede.

Twee officieren van administratie voor de rechtspleging bij de zeemacht en het zeerecht; dezen konden om beurten met de uAtjeh" varen, omdat alleen daar het zeerecht werd onderwezen.

Burgerleeraren voor talen, geschiedenis (ook die van het zeewezen en krijgsgeschiedenis — immers het strategisch gedeelte van deze laatste is eerst een vruchtbare studie op lateren leeftijd), aardrijkskunde, land- en volkenkunde, rechtlijnig teekenen, wis-, natuuren werktuigkunde, scheikunde.

Een zaak die de heer C. S. niet noemde, maar die wij toch een integreerend deel van de opleiding der adelborsten achten, even belangrijk als het onderwijs, is de school van orde, tucht en strenge discipline die de adelborsten moeten doorloopen, willen zij later als officier aan den «Pruisischen kant" gevormd, het ideale van den militair naderen.

En daartoe is het hoog noodig:

le. dat er nooit anders op het Instituut, waar dan ook (in leerof recreatiezalen, maar vooral in de eerste en onder de lesuren), dan voorbeeldige orde en tucht heersche, en de burgerleeraar met even veel respect behandeld wordt als de q/)tóer-instructeur;

2e. dat het zoogenaamde baaijaar wordt afgeschaft.

De adelborsten worden van den beginne af met gestrengheid gewend aan stipte orde en gehoorzaamheid, maar ook aan billijkheid en rechtvaardigheid, en daartoe behoort niet dat, om bij het baarjaar te blijven, willekeurig de jongste adelborsten door oudere of het oudste studiejaar voor allerlei laffe en soms vernederende diensten worden gebezigd, en wat nog erger is, door hen worden mishandeld, zelfs door peloton- en sectie-commandanten. Wij weten het bij ervaring, en al moge het in den tegenwoordigen tijd beter wezen in dat opzicht, nog zeer onlangs vernamen wij van een slachtoffer zelf, dat het nog niet uit is, en dat de burgerleeraar nog lang niet hetzelfde prestige geniet als de officier-instructeur.

Hierover wenschen we thans niet in bijzonderheden te treden, genoeg, wij gelooven het feit te kunnen constateeren, dat het jaar „baar zijn" op het Kon. Instituut voor de Marine, met al de ellende van dien, nog geenszins is afgeschaft.