is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 10, 1895/1896 [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STEENKOLEN AAN BOORD DER SCHEPEN.

Daar het inspuiten van stoom in de ruimen nog van bevoegde zijde als het beste middel wordt beschouwd tot het blusschen van brand, zoude het wenschelijk zijn dat het aanbrengen van brandkranen in de kolenruimen, waarvan de daaraan sluitende pijpen tot in het midden der hokken reiken, verplichtend werd gesteld.

Over de grootte van kolenruimen en de hoogte van de stortopeningen zijn geen voorschriften te maken. Het langsscheeps verdeelen van ruimen, die van boord tot boord doorloopen, geschiedt reeds om andere redenen dan om het vergruizen tegen te gaan.

Voor, alle uit de grootte en inrichting der kolenruimen voortvloeiende invloeden op de zelfontbranding der kolen, zijn in het algemeen geen voorbehoedende maatregen te nemen.

KOLENGASONTPLOFFINGEN. OORZAAK DEK ONTPLOFFINGEN.

Zooals reeds vroeger gezegd is bevatten de kolen meer of minder gassen, waarvan het voornaamste der ontploffende gassen het mijn- of moerasgas is.

Dit gas is kleur-, smaak- en reukloos, aanmerkelijk lichter dan de atmosferische lucht — het specifiek gewicht is 0.557 — en stijgt uit de kolen op in de ruimen tot tegen de dekken. Door gaten in de schotten dringt het ook in de daarnaast gelegen ruimen. Het gas brandt met een flauwe vlam en is bij beperkte luchttoetreding^ niet ontplofbaar. Vermengt het zich evenwel met 5 of 6 maal zijn volume lucht, dan begint het ontplofbaar te worden, bereikt bij 9 maal zijn maximum en is bij 16 maal niet ontplofbaar meer.

Zelfontbrandend is het gas niet, tot de ontbranding is benoodigd eene open vlam of een roodgloeiend lichaam, zooals het vuur van een sigaar of tabakspijp.

Men heeft ook ondervonden dat een niet ontplofbare gasvermenging van raijngas, door het aanwezig zijn van fijn kolenstof, ontploft.

De ontwikkeling van ontplofbare gassen in de kolenruimen is in het algemeen afhankelijk van: 1e. de soort der kolen;

Samenbakkende en vette kolen bevatten meer gassen dan magere of anthracietkolen.

2e. de cohesie der kolen.

Hoe gemakkelijker een brok steenkool stuk kan geslagen worden, zooveel te gemakkelijker kunnen de zich daarin bevindende gassen ontwijken.

3e. den tijd verloopen sints het delven uit de mijnen.

Pas gedolven kolen vertoonen een sterkere gasontwikkeling dan reeds langer liggende, doch bij de laatste is het gevaar voor ontploffing ook niet buitengesloten.

4". de verbrokkeling der kolen tengevolge van het transport, het storten in de ruimen en het werken van het schip.

Na de verbrokkeling kunnen de ingesloten gassen ontwijken.

5e. de temperatuur der kolen.