is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lanceeren en ontwijken.

12'.)

lanceerde torpedo toe te leggen, als hulpmiddel om de juiste manoeuvre tot het ontwijken der torpedo te kiezen en haar gedurende de uitvoering nog zooveel noodig te controleeren. Verschillende omstandigheden als toestand der zee, helderheid van het water, zonnelicht en richting der zonnestralen ten opzichte van de torpedobaan en van den waarnemer, moeten invloed op de zichtbaarheid der torpedobaan uitoefenen. Bij de oefeningen der torpedobooten in het lanceeren op gesleept wordende schijven moet hieromtrent ondervinding van waarde, vooral door de opvarenden van het vaartuig dat de schijf sleept, kunnen worden opgedaan.

Boven werd reeds aangestipt, dat de mogelijkheid voor het bedreigde schip, om de torpedo te ontwijken, in groote mate afhangt van den afstand van dit schip tot de verlengde baan deitorpedo, op het oogenblik dat de lanceering waargenomen wordt; dit geldt te meer naarmate de torpedo zich meer nabij de normaal op den koers van het doel beweegt; wijkt hare baan belangrijk van die normaal af, dan komt de hoek tusschen koers van het doel en torpedobaan in belangrijke mate in het spel; wij zullen de verschillende gevallen in eene figuur beschouwen.

In lig. 8 wordt ondersteld, dat uit A eene torpedo gelanceerd' wordt tegen het schip, dat zich op dat oogenblik in B bevindt. De torpedo heeft, normaal op den koers van het doel, 400 Meters te doorloopen alvorens in C dien koers te snijden. Zij doorloopt dien afstand met 26 mijl snelheid, en dus in 30,8 secunden. Wij nemen aan, dat het oogenblik der lanceering aan boord van B wordt waargenomen, en dat drie secunden daarna het bevel, om het roer Stuurboord aan boord te leggen, zijn begin van uitvoering krijgt. Wanneer het geval eener lanceering vooraf door den bevelhebber van B overwogen is; wanneer het stoomroer zich, óf in handen van, óf in de onmiddellijke nabijheid van den Commandant bevindt; en wanneer een bevoegd persoon („officier de manoeuvre'' alweêr!) met dit doel de bekende plaats der lanceerinrichting door den binocle waarneemt, dan is dit tijdsverloop van 3 secunden zeker niet te kort berekend. Verder mag aangenomen worden, dat het aan boord draaien van het roer niet meer dan tien secunden véVeischt, en daarna rekenen wij nog een tweetal secunden, alvorens het midden van het schip zich buiten den tot dusver gestuurden koers begeeft, om verder den draaicirkel (juister r/manoeuvreercirkel") te volgen. Aannemende, dat tot dusver ook geene vertraging in de snelheid van het schip heeft plaats gevonden en deze 16 mijl heeft bedragen, zal het schip het punt Bt bereikt hebben, zonder zijn koers te verlaten. In het punt Bj brengen wij nu, rakende aan de lijn BjB, een cirkelboog, beschreven met driemaal de lengte van het schip B, (hier 100 M. ondersteld) als straal.

Op deze wijze wordt eene benaderende constructie verkregen van den weg, dien een schip doorloopt, aleer zijne beweging in een zuiveren cirkel overgaat, eene constructie, die slechts in geringe mate afwijkt van de regels, op dit punt door den bekenden admiraal Colomb gegeven.