is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 8]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5 li

NOGMAALS DE EXAMENS DER ZEEOFFICIEREN.

naast het verkrijgen van de onontbeerlijke vakkennis wordt gestreefd naar algemeene ontwikkeling, terwijl studie in wiskunde een zeer groote plaats inneemt.

Dit programma komt mij juist voor; algemeene ontwikkeling is natuurlijk onontbeerlijk en naarmate die ontwikkeling hooger staat, leidt zij op later leeftijd tot het vormen van een juister oordeel, daar, in 't algemeen, meer factoren in rekening kunnen gebracht worden, terwijl studie van wiskunde tot logisch denken voert.

Beiden samen geven hen die lust in wetenschappelijke studies hebben, gelegenheid op den op het Instituut gelegden grondslag voort te bouwen.

De adelborst l8 kl. komt aan boord om de practijk op te doen, die hem tot dusver voor het overgroote deel vreemd was.

Na verloop van + 3.5 jaar wordt examen gedaan voor Luit. t/z. 2e kl., bij welk examen hoofdzakelijk zoo niet uitsluitend vakkennis van hem wordt geeischt. Theorie is, in sommige vakken althans, geheel buitengesloten. Op nagenoeg 30-jarigen leeftijd wordt nu de Luit. ter zee 2e kl. opnieuw verplicht tot een examen, ditmaal een „in ruimeren en meer wetenschappelijken zin".

Een blik op de burgermaatschappij doet ons zien dat van heu, die reeds eenige jaren in een bepaalde betrekking werkza'am zijn, in hoofdzaak wordt geeischt studie, die direct met de practische uitoefening der betrekking in verband staat; we zien dan dat daar waar een gezonde opvatting van werken hoofdvoorwaarde voor succes is, buitenissigheden worden geweerd, althans niet geeischt.

Ook voor den officier op + 30-jarigen leeftijd wordt m. i. in hoofdzaak die studie vereischt, die meer direct met de oorlogshandeling samenhangt; een groot gedeelte der thans geëischte zuiver theoretische beschouwingen zullen daarbij van weinig of geen waarde zijn en dienen dus buitengesloten te worden.

Zonder daarbij ook maar eenigermate aanspraak te maken op volledigheid of juiste rangschikking, tracht het hier volgende een beeld te geven van de onderwerpen, die m. i. in de eerste plaats bestudeerd moeten worden: vuurleiding en in verband daarmede afstandmeting, methode van overbrenging van de kennis van den afstand tijdens het gevecht, keuze van projectielen, oogenblik van opening van het vuur enz. enz. ; maritiem militaire geschiedenis: tactiek (voor zoover dit mogelijk is) ; samenstelling van vreemde schepen en artillerie (als onderdeel hiervan noem ik bestudeering van sluitingen der snelvuurkanonnen, echter niet in details maar meer speciaal wat betreft verschil in vuursnelheid), doch dit alles met het oog op strijdwaarde en op strijdwaarde alleen.

Voor het grootste gedeelte stafwerk, hoor ik U zeggen; mij dunkt van niet; als argument voor mijne zienswijze de volgende vraag:

Zal een Commandant, die omtrent vuurleiding, afstandmeting enz. niet tot een besliste overtuiging is gekomen, ten allen tijde gereed zijn, zijn schip in gevecht te brengen, althans de artillerie geheel tot haar recht te doen komen? zal een le officier, die deze quaestiën niet bestudeerde en overdacht, zijn Commandant geheel en