is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 11, 1896/1897 [volgno 8]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

580 marinebegrooting voor het dienstjaar 1897.

de weermiddelen van den Staat ten grondslag lag, zoude zijn aangenomen. (V. V. „Marineblad" blz. 556 regel 23 van boven). Want bet is niet zijne bedoeling eene tot offensief handelen in open zee geschikte scheepsmacht te bezitten, (V. V. „Marineblad" blz. 557 regel 6 van onderen), voor zoover daaronder verstaan wordt eene scheepsmacht geschikt tot een aanval op welk vijandelijk eskader ook, dat eene blokkade instelt. Doch wèl is het de bedoeling dat onze schepen den vijand zullen dwingen eene betrekkelijk groote scheepsmacht op onze kust te concentreeren alvorens hij de blokkade effectief kan noemen, aldus eene blokkade te vertragen (V. V. „Marineblad" blz. 556 regel 22 van boven) en den aanvoer van levensmiddelen zoolang mogelijk te verzekeren. Het gewicht van dezen eisch zal zeker niet onderschat worden door hen die, evenals ondergeteekende, overtuigd zijn dat de verdediging van ons grondgebied met een al of niet voldoenden voorraad levensbehoeften staat of valt. Met schepen, die verplicht zijn binnen de zeegaten te blijven, kan daaraan evenwel nimmer worden voldaan.

„Dat onze schepen niet tegen de strijders der groote Mogendheden opgewassen zijn" is juist (V. V. „Marineblad" blz. 556 regel 6 van boven). Op dien grond mag evenwel een stelsel niet veroordeeld worden, waarin aan een daadwerkelijke vergelijking van krachten niet gedacht wordt, doch als doel wordt aangenomen een eventueelen vijand tot groote krachtsinspanning te dwingen en ons in staat te stellen hem onder gunstige omstandigheden afbreuk te doen. Dit is geene rol die „stellig geacht moet worden boven onze krachten te gaan" (V. V. „Marineblad" bladz. 556 regel 10 van boven). Want het is eene rol die, over welke krachten wij ook beschikken, onze zeemacht immer zal trachten te vervullen, omdat eene goede verdediging dit eischt.

Overtuigd van deze waarheid, welke door de geschiedenis duidelijk in het licht wordt gesteld, heeft de ondergeteekende gemeend daarvoor zooveel materieel te moeten bestemmen als met andere eischen vereenigbaar was. In dit verband kan van transigeeren met de middelen (V. V. „Marineblad" blz. 555 regel 11 van onderen) evenwel geen sprake zijn, omdat bij deze beschouwing niet gedacht kan worden aan een scherp afgebakend doel dat als maatstaf zoude dienen, gelijk bij voorbeeld het geval is wanneer de weermiddelen berekend worden naar te verwachten aanvalsmiddelen.

Had ondergeteekende daarentegen, in strijd met zijne overtuiging, het denkbeeld vau actieve verdediging, van optreden buitengaats, prijsgegeven, gelijk hem wordt aanbevolen (V. V. „Marineblad" blz. 555 regel 3 van onderen) dan voorzeker zoude hij getransigeerd hebben, niet met de middelen, maar met het stelsel.

Transigeeren zoude het ook geweest zijn wanneer hij, bij de ontwikkeling van zijn stelsel, aan handhaving van de neutraliteit niet het gewicht had toegekend dat voorkomen van een oorlog in de schaal legt.

Daaruit kan echter niet worden afgeleid dat ondergeteekende handhaving van de neutraliteit op den voorgrond stelt (V. V. „Marineblad" blz 556 regel 19 van onderen). Immers wordt op blad-