is toegevoegd aan uw favorieten.

De weegschaal, 1828, no 14

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 64o )

„ certainement dans Pinteret du tiers qu'a été trompé par le defaut de 1'inscription de leur part," zoo als PAitUET wel aanmerkt: nöta A. nQ. 2. op art. 2136. Maar indien nu het belang van derdens ook den grond der verantwoordelijkheid van den gesubrogeerden voogd, en der actie tegen hem uitmaakte, dan zou in art. 2137. immers ook contrainte par corps, tegen den gesubrogeerden voogd uitgesproken zijn, en deze zoo wel als de voogd schuldig geacht worden aan stellionaat; maar noch in art. 2136, noch in den geheelen titel van gijzeling, contrainte par corps en matière civile, vindt men den gesubrogeerden voogd vermeld. De heer bor begaat in zijne redenering eene pctitio principü. De vraag is, op welken grond rust de actie, die derdens tegen den gesubrogeerden voogd zouden hebben. De heer bor antwoordt-: op de wet. Het is eene actio ex lege. Uit welke wet ? welligt uit art. 2137; maar dat is juist het punt, hetwelk bewezen moet worden , id quoderat probandum. Zoo lang het niet uitgemaakt is of art. 2137. ten voordeele van derdens daargesteld is, mag men dat artikel niet als den grond der actie aanvoeren, welke derdens tegen den gesubrogeerden voogd zouden hebben. Maar de definitie der werkzaamheden van den gesubrogeerden voogd, in art. 420 vermeld, is zoo duidelijk, dat geen uitlegger den kring derzelve mag uitbreiden, en hem vooral niet onder eene verantwoordelijkheid brengen, welke de wetgever niet uitdrukkelijk vermeld heeft, vooral eindelijk ook daarom niet, wijl dezelve aan eeneclause penale verbonden is» die voor geene extensive interpretatie vabaar is.

Des officiers tusschenkomst, welke de wetgever vordert , is een bewijs te meer, dat het belang des min.