Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1068

KORTE MEDEDEELINGEN.

groote hitte, werd op het dek van de kraanponton een ruim en goed geventileerd logies gebouwd voor de bemanning van het dok, die uit een gezagvoerder, een machinist en 8 matrozen en stokers bestond, terwijl de reis ook werd mede gemaakt dooiden dokmeester, die het dok te Soerabaja zal bedienen.

Het dok was uitgerust met 4 zware ankers en daarbij behoorende kettingen, ter behandeling waarvan op de vier hoeken van het dok anker davits werden geplaatst, terwijl, zoowel aan voor- als achterzijde op den dokvloer een flinke stoomankermachine werd opgesteld. De machines kregen stoom van twee op een der zijkanten bevestigde Cockran-ketels. Een der waterdichte afdeelingen van de kraanponton was ingericht als waterruim, zoodat voor de geheele reis in drink- en ketelwater was voorzien.

Voor in het dok was op den dokvloer een zware waterkeering bevestigd, terwijl overigens het dok, in verband met de lange en moeielijke reis, zoo goed mogelijk was uitgerust. Vóór het vertrek van Greenock werd, door den Inspecteur voor de Scheepvaart uit Amsterdam, het zeeklaar gemaakte dok geïnspecteerd.

Den Êen Juli van Greenock vertrokken, passeerde de sleep den 22sten Sagres, den 24sten Gilbraltar en kwam in den voormiddag van den 8den Augustus te Malta aan. Het traject Greenock-Malta, bijna 2400 zeemijl lang werd aldus, zonder het aandoen van een kolenhaven, afgelegd.

Malta werd den 5den Augustus verlaten en den 16den Augustus d. a v. Port-Said bereikt. Hier bleef het dok 4 dagen en werd, alvorens het Suez-Kanaal mocht worden ingevaren, zooveel water in het dok gelaten, dat de diepgang op 2 meter werd gebracht. Dit werd geëischt teneinde bij eventueel aan den grond raken in het Kanaal, het dok te kunnen lichten om vlot te komen.

Den 20sten Augustus des v.m. 6 uur werd het Kanaal ingevaren, het dok gesleept door de „Thames" en geassisteerd door een kanaalstoomer en roeiers.

Van 10 u. tot 10 u. 45 werd vastgemaakt, om het S. S. „Prinses Juliana" te laten passeeren, daarna nogmaals van 1 tot 3 uur en des namiddags ten 6 uur voor den nacht gemeerd, één station vóór Ismaila. Den volgenden morgen 21 Augustus ten 5 uur vertrokken, werd ten 7 uur Ismaila gepasseerd, van 9 uur 15 tot 12 uur het Groot Brittemeer doorgevaren en ten 5 uur n.m. Suez bereikt, waarna de reis onmiddellijk werd vervolgd. De tocht door het Suez-Kanaal met dit bijna 25 meter breede dok was dus zeer voorspoedig. Er werd geen averij gemaakt. Het Soerabaja-dok was naar vermeend wordt, met uitzondering van het Amerikaansche Dewey-dok, dat in 1906 het kanaal passeerde, het breedste vaartuig dat ooit door het Suez-Kanaal ging.

De sleep passeerde den 4den September Perim en kwam den 5den te Aden aan.

Sluiten