Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MARINE ETABLISSEMENT TE SOERABAXA.

1139

maar ook, en in misschien nog meerdere mate, voor het hoogere.

De heeren Directeur en Hoofdingenieur van het Etablissement verklaarden mij dan ook eenparig, dat hun tijd zoodanig door de beslommering van de administratie werd ingenomen, dat hun voor de behandeling van zaken, het eigenlijke werfbedrijf betreffende, de meeste dagen weinig of geen tijd overblijft.

Ofschoon beide heeren in principe dan ook de invoering van een bedrijfsboekhouding toejuichten, waren ze tegen de wijze, waarop die boekhouding uitgevoerd wordt, om bovengenoemde reden ten sterkste gekant.

Hiertoe draagt echter ook nog de volgende reden het hare bij. Waar toch in een technisch bedrijf, vrijwel uitsluitend het technisch personeel het aangewezene zal zijn om dit bedrijf zoo productief mogelijk te maken, kan het niet anders dan een zeer slechten invloed hebben op den gang van zaken, wanneer, zooals voor het Etablissement het geval is, althans naar de mededeeling, die ik daaromtrent van den heer Hoofdingenieur mocht ontvangen, het zwaartepunt verplaatst wordt van het technisch naar het administratief personeel.

Waar in bovengenoemd verslag op blz. 52 dan ook gezegd wordt „zoowel met den Directeur als met den Hoofdingenieur werd door de deskundigen overleg gepleegd", is als slot aan dezen zin vergeten „doch kwam men niet tot overeenstemming".

Waar ten slotte, volgens de mij door den Heer Hoofdingenieur verstrekte mededeelingen, de invoering van de commercieele boekhouding een direct kostenbedrag van f60.000.- voor het eerste jaar, welk bedrag de volgende jaren nog belangrijk zal toenemen (alleen op het Etablissement is het administratief personeel alleen ten dienste der nieuw ingevoerde boekhouding uitgebreid met 23 man), heeft medegebracht, meen ik als antwoord op de daarorntent in de laatste alinea van de door mij ontvangen opdracht te moeten mededeelen, dat mij, zoowel om de daaruit onmiddellijk voortspruitende kosten, als wel in het belang van den goeden gang van zaken op 's Rijkswerf, invoering eener commercieele boekhouding beslist ongewenscht voorkomt,

Een bedrijfsboekhouding als die, welke thans op 's Rijkswerven is ingevoerd, geeft op volkomen voldoende wijze het gewenschte inzicht in den gang van het bedrijf.

Een cijfergroepeering, als voorkomende in het meermalen aangehaalde verslag, heeft voor dit doel niet de minste waarde, wanneer daarin niet alle staten, waarop de cijfers berusten, zim weergegeven, terwijl het bevreemding mag verwekken, dat de eenigste staat, welke dit direct doet, n.1. die, genaamd „Staat 9, vergelijkende staat van onkostenpercenren voor de verschillende werkplaatsen" er niet in is opgenomen.

Amsterdam, Mei 1911.

(get.) Penning.

Sluiten