Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DE VERZAMELSTATEN VAN VOOR ENZ.

1141

B. Voor den Baas der Bank- en Vuurwerkers.

De bankwerkerscommandeurs, t. w. die in de groote draaierij, die in de kleine draaierij en die belast met het buitenwerk, houden ieder op zich zelf in een afzonderlijk boek de werkzaamheden van het onder hen dienende personeel bij, uit welke boeken door den baas der bankwerkers weder een daglijst van het verstrekte model wordt getrokken.

De commandeurs der smeden en gieters houden ieder op zich zelf een daglijst van model.

G. Voor den Baas der Scheepsbeschieters.

Hier houdt een der commandeurs voor zich zelf en den 2en commandeur een lijstje van de verrichte werkzaamheden aan en vult de daglijst slechts eens per week in.

D. Voor den Baas der schilders.

Voor hem houdt de commandeur, aan boord van een schip zijnde, daar de daglijst bij, terwijl de werklieden in den winkel zelf eens per week den baas een briefje geven van hetgeen ze in die week hebben gedaan.

E. Voor den Monteur.

Deze zorgt persoonlijk voor de invulling der daglijsten.

Aangestipt mag dus worden, dat in de praktijk nog al eenige afwijking bestaat van het voorschrift, gegeven in de eerste alinea van artikel 17 van hoofdstuk VIII der V. v. R. W. dat luidt:

.,Door de hoofden der werkplaatsen worden dagelijks de aangewende arbeidsloonen aangeteekend op daglijsten" en in de „Verschillende bepalingen betreffende het aanhouden van daglijsten, enz." dan ook reeds is vervangen door:

„Zij (de daglijsten) moeten dagelijks met zorg worden ingevuld door de commandeurs; terwijl deze „verschillende bepalingen" nog nader aangeven wie de daglijsten der werfstokers, voorslagers en metselaars bijhouden, t. w. de Baas der Vuur- en Bankwerkers, de commandeur der vuurwerkers en de commandeur der werfsjouwers.

Uit bovenstaande exposé blijkt ten duidelijkste, dat de samenstelling van zoo goed als alle daglijsten geschiedt dooide commandeurs,

dat derhalve de grondslag van de geheele administratie, voor zooverre deze omvat het samenstellen der verzamelstaten van voor productie besteed arbeidsloon, art. 60 Hoofdst. VIII, in de praktijk (niet volgens de letterlijke uitdrukking in art. 17 van Hoofdst. VIII) gelegd is in handen van de commandeurs.

En hiermede wordt de betrouwbaarheid van de gegevens, waarop de verdere administratie berust, en daarmede die administratie zelve, geheel op losse schroeven gezet, hetgeen uit het onderstaande zal aangetoond worden.

Ie. Wanneer men de bovenbedoelde „Verschillende Bepalingen" nagaat, voor zooverre deze betrekking hebben op het aanhouden van daglijsten, dan zal het ieder, die eenigszins bekend-is met den gang van zaken in eene industrieele onder-

Sluiten