Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR LAND- EN ZEEMACHT,

5

beginsel om door hot bevorderen van eene tusschentijdsche verlating van den dienst tot eene vluggere doorstrooming in het officierskorps te geraken.

Voor eene nadere toelichting meenen de ondergeteekenden te mogen verwijzen naar hetgeen in de voorlaatste alinea van punt G van die Nota is aangeteekend.

Artikel 2 Voor de toelichting tot dit artikel meenen de ondergeteekenden eveneens te mogen verwijzen naar hetgeen in de Nota omtrent het bedrag der pensioenen op bladz. o en b is gesteld.

Artikel 3. Het in dit artikel voorgestelde houdt verband met de in artikel 2 voorgestelde herziening der standpensioenen.

Wanneer de in laatstbedoeld artikel voorgestelde standpensioenen op die bedragen worden vastgesteld, zal het maximum van het pensioen voor den officier, wiens pensioen naar den rang van kapitein moet worden berekend, op f 2000 worden gesteld en elk jaar dienst in den rang van kapitein doorgebracht, eene verhooging van Vse va11 het pensioen, waarop recht is verkregen, met zich brengen.

Ook op dit punt meenen de ondergeteekenden tot nadere toelichting naar punt G der Nota te mogen verwijzen.

Artikel 4. Waar het in de bedoeling ligt, om de voorgenomen traktementsregeling der officieren van de landmacht te doen ingaan op 1 April 1911, komt het billijk voor, om ook de verhoogde pensioenen op dien datum een aanvang te doen nemen zoodat de pensioenen, toegekend aan officieren met ingang van of na dien datum zullen moeten worden herzien voor zoover de betrokkenen, indien op het oogenblik, waarop het hun thans verleende pensioen is ingegaan, de bepalingen van het thans aangeboden wetsontwerp van kracht waren geweest, op een pensioen tot een hooger bedrag hadden kunnen aanspraak maken.

Ontwerp litt. B. Toelichting der artikelen.

Tot eene toelichting tot de artikelen meenen de ondergeteekenden te mogen verwijzen naar hetgeen m de algemeene beschouwingen tot het wetsontwerp en de toelichting der artikelen van het ontwerp van wet litt. A is aangeteekend.

Waar in artikel 2, sub 4»., der Pensioenwet voorde zeemaent 1902 reeds eene bepaling van gelijke strekking is opgenomen als het voorgestelde bij artikel 1 van het wetsontwerp litt. a, telt het wetsontwerp litt. B. één artikel minder.

De Minister van Oorlog,

H. Colijn. De Minister van Marine, J. Wentiiolt.

Sluiten