Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR HET DIENSTJAAR 1912

27

vreemd gebleven en wat deze laatsten betreft, heelt hij, de moeilijkheid van de aan de Commissie gegeven opdracht beseffende, eerder aan een gevoel van waardeering uiting gegeven, zooals op bladz. 18 der Memorie van Antwoord op Hoofdstuk VI van dit dienstjaar geschied is, en welke woordelijk luidt dat in het zaakrijk rapport vele waardevolle gegevens voorkomen, die eene nuttige toepassing kunnen vinden

Met betrekking tot de opmerking van de leden, die meenden dat ondergeteekende zich had moeten onthouden van het verwijt dat de Commissie buiten hare opdracht was gegaan, meerit hij te moeten opmerken dat hij zich niet bewust is een enkel verwijt tot die Commissie te hebben gericht; hoe hij over de opvatting der Commissie omtrent de haar gegeven opdracht denkt heeft hij echter duidelijk uiteengezet. Dat, volgens de leden hier aan het woord, den Minister het verwijt zoude kunnen treffen, dat hij niet tijdig eene andere samenstelling o aanvulling der Commissie had bevorderd, omdat het aantal deskundige leden niet genoegzaam was om het onderzoek betreffende de samenstelling der vloot met vrucht te doen geschieden, is niet juist. Immers bij zijn optreden was de arbeid der Commissie reeds voor het grootste gedeelte afgeloopen; bovendien kon hem, waar omtrent dien arbeid geheimhouding werd betracht, onmogelijk bekend zijn, hoe de,CommS.^ haar gegeven opdracht zou hebben opgevat; na ae veischijning van het rapport nam hij daarvan voor het eerst, en met zonder verbazing, kennis. Betreffende de opmerking, dat de wijze waarop de Minister de thans ontbonden Commissie bestrijdt geen instemming vindt, moge ondergeteekende in het midden brengen dat geen personen, noch een ontbonden Commissie door hem werden bestreden, doch wel de conclusies, vervat m het rapport dier Commissie. Wanneer het verschil in samenstelling van twee vloten zóó uiteenloopt als het geval is tusschen een artillerievloot, waarbij het kanon de hoofdrol vervult, en eene torpedovloot, zooals de Staatscommissie van 1906 zich die gedacht heeft, waarbij als krachtig wapen slechts over de torpedo kan worden beschikt, dan is een bewijs van de superioriteit van de eene vloot boven de andere slechts bij inductie te leveren en daarvoor is het noodig een reeks van voorbeelden aan te halen aan de practijk ontleend: eene reeks van op de practijk gegronde onderstellingen dus, waarbij moet worden nagegaan, hoe met die vloten dan zou kunnen geageerd worden en aan welke zijde het voordeel zal zijn gelegen. Hier woren de vinger gelegd op een der oorzaken, waarom het nemen van eenr beslissing in deze aangelegenheid der Kamer zoo ui erst moeilijk voorkomt, op de oorzaak tevens vaft de groote meenmgBverscliillen waartoe het aan de orde komen dei beslissing m£ dé keuze tusschen een artillerievloot en eene torpedovloot aanleiding heeft gegeven. Maar ook in deze strijdvraag kunnen enkele, evenzoo aan de practyk ontleende, fundamenteele waarheden naar voren worden gebracht, welke van over-

Sluiten