Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het dienstjaar 1912.

33

bericht juist was, dat de Minister aan officieren het uitoefenen van critiek op zijne voorstellen zoude hebben verboden, of het hun althans onmogelijk had gemaakt de door hen in het licht te geven artikelen te onderteekenen, zij vermeld dat dit bericht niet juist is. De hierop betrekking hebbende voorschriften, die in geenerlei wijze werden verscherpt, zijn vervat in artikel 6, Regl. I. D. Kon. Marine, luidende:

„Het is aan officieren enz. der Koninklijke Marine verboden in dagbladen of tijdschriften (openbare geschriften) te publiceeren gegevens, rakende de slagvaardigheid van onze vloot in haar geheel, dan wel van eenig deel in het bijzonder, in dier voege, dat geen zaken worden gepubliceerd, waarvan de geheimhouding in 's lands belang wenschelijk is te achten. Mocht daaromtrent twijfel bestaan, zoo kunnen daarover inlichtingen worden ingewonnen bij hun onmiddellijken Chef onder overlegging van het manuscript.

Het is den officieren vergund in vergaderingen als die deiMarine- Vereeniging, die, behoudens enkele genoodigden, niet voor het publiek toegankelijk zijn, datgene te publiceeren wat door hen wordt geacht in het belang der Marine te zijn, echter zonder dat daarbij van geheime gegevens of inlichtingen mag worden gebruik gemaakt.

Ten aanzien van de publicatie van het gesprokene -in de verslagen der Marine-vereeniging, wordt er rekening mede gehouden, dat, mocht het drukken van teekeningen of van het gesprokene minder wenschelijk worden geacht, het bestuur behoort te beslissen in hoeverre dit zal worden nagelaten.

Op de publicatie van het gesprokene in de verslagen van soortgelijke vereenigingen is toepasselijk, hetgeen hierboven is geschreven voor tijdschriften en dagbladen.

Wanneer officieren de aandacht van het Marinebestuur wenschen te vestigen op naar hunne meening ongewenschte toestanden, dan kan zulks geschieden bij geheim schrijven aan hunne onmiddellijke chefs".

Hieruit moge blijken dat van eene beperking als in de dagbladen bedoeld geen sprake is, ten bewijze waarvan zoude zijn aan te halen de in het Voorloopig Verslag genoemde artikelen van den kapitein ter zee W. J. ümbgrove, en het verslag van de vergadering der Marine-vereeniging, waarin de kapitein ter zee J. J. Rambonnet besprekingen over een pantserschip voor de Marine inleidde, in welke beide verhandelingen critiek op de voorstellen van ondergeteekende niet achterwege bleef. Volledigheidshalve wenscht ondergeteekende hieraan toe te voegen dat wèl door hem de eisch is gesteld, dat de officieren, werkzaam gesteld aan zijn Departement, zich zullen onthouden van het schrijven in couranten, enz. of van het verstrekken van gegevens voor courantenartikelen, waarin voorstellen, van het Departement van Marine uitgaande, worden be- of veroordeeld.

M.-Begr. 1912-1913. 3

Sluiten