Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

verhooging v. h. vide hoofdstuk der staatsbegrooting

dan zou ik mij daartegen niet verklaren; ook wil ik, evenals de heer Van Wassenaer van Gatwijck, gelden doen toestaan voor jagers en voor onderzeebooten, dus klein materieel, mits vaststa, dat het aan daarvoor te stellen eischen metterdaad voldoet; maar in geen geval wensch ik mijn stem te geven aan de aanvrage zooals die thans door den Minister wordt gedaan.

Er is nog veel gesproken en geschreven, ook door den Minister, over de exploitatie-kosten van de torpedovloot. De door de Staatscommissie geraamde onkosten worden door den Minister te laag geacht en Zijn Excellentie stelt er een hoogere raming tegenover. Nu wil ik daarover niet twisten en zelfs aannemen, dat de Minister op verscheidene punten gelijk heeft, maar dat neemt niet weg, dat de torpedovloot in aanschaffing altijd goedkooper zal zijn dan een goede artillerievloot zou kunnen wezen, en mocht zij, wat exploitatie betreft, al duurder zijn dan een zwakke artillerievloot, dan kunnen die meerdere kosten toch nooit van dien aard zijn, dat zij een bezwaar opleveren, terwijl naar mijn vaste overtuiging de torpedovloot dan toch veel hooger rendement geeft. En aangezien de personeelquaestie bij een torpedovloot gemakkelijk is op te lossen, zoo kan de financieele quaestie nimmer een hinderpaal zijn om tot zulk vloot te geraken.

De heer Hugenholtz: Mijnheer de Voorzitter! De vorige geachte spreker heeft er reeds op gewezen, dat de aanvrage van het thans in behandeling zijnde pantserschip een zeer groote mate van belangstelling heeft gewekt. Die belangstellingbestond niet alleen onder zee-officieren, maar bleek ook uit tal van ingezonden stukken in de pers. En nu zal ik niet beweren dat er gebleken is van een volksbeweging ten gunste van dit of een ander pantserschip of van een torpedovloot, omdat enkele schrijvers van ingezonden stukken de bevolking niet uitmaken, toch wil ik gaarne toegeven, dat er ditmaal voor de gedane aanvrage veel grooter belangstelling is geweest dan ooit te voren, voor zoover ik mij kan herinneren.

Ik heb die belangstelling eenerzijds gevaarlijk geacht, want zoo licht worden er door schrijvers van ingezonden stukken en door het houden van vergaderingen over quaesties als deze chauvinistische verwachtingen opgewekt. Het is dan ook niet te verwonderen, dat uit dat alles is voortgekomen, wat men zou kunnen noemen een Dreadnought-manie.

Maar aan den anderen kant heb ik deze belangstelling ook zeer gelukkig gevonden. Want ons volk is en blijft ten slotte een zeer nuchter volk, vatbaar voor gegronde en gezonde critiek, en nu is misschien wel het beste resultaat dat tot nu toe te boeken valt uit deze geheele beweging, dat op onmeedoogende wijze het gevoerde marinebeleid aan critiek in onderworpen. Niets is gevaarlijker voor de belastingbetalers en voor de rustige ontwikkeling' van ons economisch volksleven, dan

Sluiten