Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

122

verhooging v. h. viije hoofdstuk der sta atsbeg root ing

Men zou zeggen, dat daarmede die dwaze eisch al van de baan moest zijn; maar de heer Umbgrove, die met zevenmijlslaarzen over dit argument heenstapt, zegt: als we niet genoeg vrijwilligers kunnen krijgen, moeten we de zeemilitie maar gebruiken en die voor drie jaar naar Indië sturen. Mijnheer de Voorzitter, het heeft mij 'bijzonder veel genoegen gedaan, dat de Minister aan dit denkbeeld niet heel veel woorden heeft besteed. Hij heeft daaromtrent op bladz. 23 van de Memorie van Antwoord alleen gezegd, dat hij het niet geoorloofd acht deze menschen voor drie jaar naar Indië te sturen. Wie zoo weinig met de werkelijke verhoudingen rekening houdt als de heer Umbgrove blijkt te doen, heeft het aan zich zelf te wijten, als hij niet geheel ernstig genomen wordt.

De heer Rambonnet heeft de zaak beter uitgerekend. Deze heeft in zijn artikel „Een kern van zware schepen" berekend, dat op dit oogenblik het geheele aanwezige marinepersoneel (inlanders en Europeanen) te zamen bedraagt 3 481 koppen. De Minister heeft in zijn Memorie van Antwoord, sprekende over het benoodigde personeel, gezegd, dat een vloot van 5 schepen, 4 in dienst en één in reserve, ongeveer hetzelfde aantal mannen vereischt. Dus ben ik er, zegt de heer Rambonnet. Dit is nu wel de meest eigenaardige oplossing die men zich denken kan. Het eskader in Indië zal noodig hebben alle mannen die wij nu bezitten en dus ben ik er, zegt de heer Rambonnet. Maaide schepen die noodig zijn voor ons land en voor het vlagvertoon rekent hij niet mede. Of liever: hij rekent ze wel mee, maar redeneert aldus: er zijn op het oogenblik een aantal schepen speciaal voor de verdediging van Nederland, een aantal voor den algemeenen dienst en een aantal voor de verdediging van Indië. Nu ben ik tevreden met 5 schepen voor de geheele zaak, 2 in Indië, 2 in Nederland en één in reserve. Die twee schepen in Indië moeten samen verdedigen een rijk waarvan de oppervlakte gelijk staat met drie kwart van Europa. Bovendien moeten die schepen vaak zeer langdurige herstellingen ondergaan, zoodat men eigenlijk maar geregeld op één schip kan rekenen. En de twee schepen die Nederland moeten verdedigen, moeten te gelijk nog ander werk doen, zooals oefeningstochten houden in de Middellandsche Zee en naar de West gaan. Zij kunnen daar wel niet binnenloopen, maar al moeten zij op een duizend mijl afstand van Paramaribo blijven liggen, het is toch evengoed vlagvertoon en de inwoners zullen met den verrekijker komen zien en zeggen: daar ligt de zeemacht van Nederland. Die twee schepen die op verren afstand van het land liggen, moeten gauw even Nederland komen verdedigen. Ik ben inderdaad verbaasd, dat een dergelijk plan kan ontstaan in het brein van een zeeofficier en dat alle zeeofficieren het luide toejuichen. Er is er - als ik mij goed herinner — een geweest, die op die marinevergadering schuchter de opmerking heeft gemaakt, dat vijf schepen wel wat te weinig was; maar er heerschte zulk een mooie harmonische geest, zoo'n aanzwellend

Sluiten