Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR. HET DIENSTJAAR 1912. - BERAADSLAGING.

123

gevoel van vaderlandsliefde, dat hij daar geen wanklank wilde doen hooren. Men heeft dus die details - zoo noemde men ze - onbesproken gelaten. Gaat dat plan van de lo 000-tonschepen door, dan kan men geheele marine opdoeken en die vervangen door vijf schepen! .

Ik heb nog een andere opmerking van den Minister met zeer veel genoegen gelezen, dat is wat hij schrijft op blz. 19 van de Memorie van Antwoord. Schepen van 15000 ton, dit is de teneur van hetgeen de Minister zegt, kunnen niet opwegen tegen Dreadnoughts en pantserkruisers en zelfs al ware dat zoo, dan zouden wij in aantal toch nog ver de mindere zijn. Dit woord is mij uit het hart gegrepen, dit ben ik inderdaad volkomen met den Minister eens; ik zou daar slechts één opmerking aan willen toevoegen: hoe jammer dat de Minister, toen hij het eerst op dien stoel ging zitten, dit zeer verstandige betoog niet aan zijn eigen adres heeft gericht, dan ware hij nooit gekomen met voorstellen tot het bouwen van pantserschepen van 7600 ton.

Mijn standpunt is dus zeer eenvoudig. Ik wil geen schepen van 7600 ton, geen torpedovloot en geen Dreadnoughts.

De Minister poogt in troebel water te visschen. Geef mij nu maar dat ééne schip van 7600 ton, zegt de Minister het past in alle systemen, het is geschikt, zoowel voor Nederland als voor Indië. Maar heeft de Minister toen hij dit schreef, niet een oogenblik gedacht aan zijn vroegeren ambtsvoorganger, die daar dicht bij hem is gezeten en wiens schip a doublé usage verworpen is? Dan had de Minister deze gevaarlijke opmerking misschien voor zich ' gehouden. Verder zegt de Minister: mochten wij ooit een torpedovloot krijgen, dan is dit schip uitstekend geschikt voor moederschip voor de torpedoschepen. Maar het eigenaardige van het standpunt van de Staatscommissie is juist, dat zij geen artillerieschepen wil. Zij wil dus van moederschepen ook niets weten. Daarom begrijp ik niet, hoe dat dit schip zou passen bij een torpedovloot zooals de commissie die voorstaat.

Verder zal de Minister ook niet kunnen tegenspreken, dat een moederschip dat 16 mijl loopt altijd een blok aan het been zal zijn van de torpedobooten, die daarin hun steunpunt moeten vinden. . . ..

Ik zou den Minister nog een vraag willen doen. last zijn 7600ton-schip ook bij de toekomstige Dreadnoughts? Het kan zijn, dat de nieuwe Staatscommissie adviseert om Dreadnoughts te bouwen. Moet dat schip van 7600 ton dan misschien de rol vervullen van krullenjongen op een timmermanswerkplaats? Misschien weet de Minister daar ook wat op te

ViD Trouwens de Minister geeft zelf al het beste antwoord op deze vragen o'p bladz. 31 van de Memorie van Antwoord. Daar bezweert hij ons om toch vooral niet een grooter schip te bouwen dan thans is voorgesteld, voordat de commissie die

Sluiten