Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

160

verhooging v. h. viEE hoofdstuk der staatsbegrooting

Een dergelijke beschouwing als de heer Boissevain levert vinden wij ook neergelegd in het rapport van den vice-admiraaï Hoekwater.

Mijnheer de Voorzitter! Naar mijn oordeel behoeft een eilandenrijk van de grootte van a/s van Europa een artillerievloot van groote drijvende batterijen, bewapend met zwaar geschut, benevens een groot aantal torpedobooten, -jagers en onderzeeërs. Hoe groot precies de tonneninhoud van de pantserschepen moet zijn, laat ik aan het oordeel der deskunkundigen over.

De tweede opmerking die ik maken wil, gaat over den financieelen grondslag van het plan van aanbouw van groot materieel.

Zooals aan de Kamer bekend is, wordt telken jare voor den aanbouw 4.2 millioen uit de Nederlandsche schatkist uitgetrokken. Naar het mij wil voorkomen, mag dit bedrag niet overschreden worden. Het moet het maximum zijn en voor de toekomst ook als maximum gehandhaafd blijven. ' Meer dan dat bedrag kan de Nederlandsche schatkist niet dragen

Mijnheer de Voorzitter! In de afdeelingen sprak ik als mijn meening uit, en die meening is op bladz. ll van het Voorloopig Verslag terug te vinden, dat waar de kosten van aanschaffing zoowel als de jaarlijksche kosten van onderhoud bij het bezitten van een vloot van grootere schepen ongetwijfeld zeer zullen toenemen, door Indië in de kosten der verdediging m grootere mate zal behooren te worden bijgedragen. Te recht wordt er in 't Voorloopig Verslag op dezelfde bladzijde de aandacht op gevestigd, en vele leden stemmen met die gedachte in, dat Indië zelf en de daar gevestigde ondernemingen het grootste belang hebben bij de handhaving van den tegenwoordigen toestand. Het is redelijk, dat Indië dat welvarend is, op ruime schaal aan de bekostiging zijner verdediging deelneme. Naar het mij wil voorkomen, moeten wrj in deze richting sturen, dat Indië een eigen zelfstandige marine krijgt en dat Indië zelf zijn vloot bekostigt. Wat dit laatste betreft zou ik willen opmerken, dat voorkomen moet worden, dat met de daardoor veroorzaakte geldelijke lasten de inlanders bezwaard worden.

De derde opmerking bedoelt de mogelijkheid na te gaan met betrekking tot het bouwen van groote pantserschepen.

In de Memorie van Antwoord wordt m. i. duidelijk en klaar uiteengezet, dat het bouwen van groote pantserschepen voorshands niet mogelijk zal zijn; immers voordat tot dien aanbouw zal kunnen worden overgegaan moeten allerlei bezwaren worden opgeruimd, moeten allerlei voorzieningen worden getroffen en zal veel vooronderzoek behooren plaats te hebben.

Ik mag als enkele saillante punten aangeven: de overweging van de vraag, of Indië een eigen, een zelfstandige marine zal moeten hebben. Wordt die vraag bevestigend beantwoord, dan rijst een nieuwe vraag: op welke wijze zullen de gelden

Sluiten