Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR HET DIENSTJAAR 1912. — BERAADSLAGING.

241

eens een van een eskader van vier of vijf schepen en in eenige volgende volzinnen iets op zich zelf, een incident, zoodat men inderdaad eigenlijk niet weet, wat in het wetsvoorstel gevraagd wordt. Wanneer dit wetsontwerp wordt aangenomen, zal de Minister volkomen in zijn recht zijn, na de door hem gegeven toelichting, om naarmate het in zijn kraam te pas komt te zeggen, dat de Kamer in beginsel besloten heeft tot een eskader van vier of vijf schepen voor Indië, of om te zeggen, dat het slechts één enkel scheepje gold. Dat mag nu staatsmanskunst zijn, maar het is een kunstje, dat tegenover ons wordt toegepast, dat ik niet kan goedkeuren.

Er was echter in hetgeen de Minister gezegd heeft één ding dat mij veel genoegen heeft gedaan, en dat is, dat waar ik erkend heb, dat bij het denkbeeld van aanbouw van groote pantserschepen inderdaad als een zwaarwichtige bedenking zou kunnen gelden het bezwaar hoe men aan de noodige bemanning zou moeten komen, de Minister te kennen heeft gegeven, dat, indien daartoe mocht worden besloten, hij er geen onoverkomelijk bezwaar in zou zien die moeilijkheid op te lossen door middel van de zeemilitie. Ik releveer dit uit de redeneering van den Minister, hoewel hij dat zeer voorwaardelijk te kennen gaf. Ik heb dat denkbeeld niet durven aanroeren in mijn eerste rede, maar ik heb het nu zoo, naar ik meen, uit den mond van den Minister verstaan.

Ik heb aanmerking gemaakt — niet ik alleen maar wel honderd zeeofficieren en de Eaad van Defensie — op het gebrek aan de noodige snelheid van het schip, dat de Minister wil doen bouwen, en nu stelt hij het voor, alsof hij van het begin af aan gezegd heeft, dat men met een minimum snelheid van 18 mijl kan volstaan. Maar nu weten wij allen, als onze memorie ons niet bedriegt, dat de Minister oorspronkelijk niet met 18 maar met 16 mijl volstond.

Indien hij thans meent, dat 18 mijl het minimum is, waarmede dergelijke schepen in Indië kunnen volstaan, hoe kon hij dan 8 maanden geleden tevreden zijn met 16? Ook na het beroep van den Minister op de groote omzichtigheid van zijn scheepsbouwmeester, ben ik voor mij volstrekt niet overtuigd, dat het schip 18 mijl zal kunnen loopen, ik wil niet zeggen een kort oogenblikje, maar zoo, dat men kan zeggen, dat het inderdaad zal hebben een'vaart var. 18 mijl. Ik kan het niet gelooven, en ik ben in deze de eenige niet. Ik zou haast vragen: gelooft de Minister het zelf?

De Minister heeft gezegd: och, gij spreekt zoo over die snelheid, maar de tegenwoordige richting bij de groote zeemogendheden in den aanbouw van hun schepen is niet om aan het verschil in snelheid zooveel waarde te hechten. Hij meende, als ik hem goed begrepen heb, dat in Engeland tegenwoordig niet zoozeer op onderlinge groote snelheid gelet wordt, dat men die eigenlijk niet zoo noodig acht. Toen ik die uiteenzetting hoorde, terwijl wij toch weten welke groote snelheden er algeM.B. 1912-1913. 16

Sluiten