Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR HET DIENSTJAAR 1912. - BERAADSLAGING.

281

basis van de vorming van een groote Indische vloot, en de algemeene vraag der defensie van Indië een zelfstandig onderwerp van onderzoek moet uitmaken, toch de aanneming van dit schip raadzaam is.

Wanneer de geachte afgevaardigde zich volledig in den gedachtengang van de Regeering had verplaatst, dan geloof ik, dat hij nimmer zijn motie zou hebben voorgesteld. Ik geloof, dat hij die motie heeft voorgesteld, omdat de wijze waarop de Regeering deze zaak beschouwde, hem niet zeer duidelijk voor oogen stond. En daarom veronderstel ik, dat, als later dit debat zal zijn geëindigd en de geachte afgevaardigde het gesprokene nog eens zal nalezen en overdenken, hij ten slotte wel tot de conclusie zal komen, dat de houding der Regeering in deze juist is geweest.

En nu nog een kort woord over het schip zelf. De geachte afgevaardigde uit Weststellingwerf heeft tot mijn grooot leedwezen een kort deel van deze vergadering tijdelijk aan doofheid geleden. Hij heeft namelijk niet gehoord de argumenten, die door mij ten gunste van de aanneming van dit schip zijn aangevoerd. Ik hoop dat de geachte afgevaardigde spoedig weer van zijn tijdelijke ongesteldheid hersteld moge zijn. Ik wil den geachten afgevaardigde onmiddellijk toegeven, dat ik niet voor het schip heb aangevoerd technische argumenten en ik vind niet, dat het op mijn weg ligt om een technisch debat over dit schip aan te gaan. Ik ben geen admiraal of Minister van Marine. Ook wil ik den geachten afgevaardigde onmiddellijk toegeven, dat ik geen argumenten heb aangevoerd, die hem zouden kunnen bewegen om vóór dit schip te stemmen, want iemand, die liefst niets wil, stemt noch voor dit, noch voor een ander schip; en hoeveel belang ik ook stel in een lid dezer Vergadering, ik geef mij geen moeite om een dergelijk lid te overtuigen. Maar argumenten heb ik toch wel aangevoerd, en ik zou er wel eenigen prijs op stellen om als er meerdere leden mochten zijn aan wie mijn argumenten mochten zijn ontgaan, die argumenten nog even te herhalen. Ik heb ten aanzien van de politieke gevolgen van de afstemming van dit schip gezegd: „De Regeering is overtuigd, dat een zaak als deze zoo min mogelijk door de politiek moet worden beheerscht en dat ieder die er in betrokken is, zoo min mogelijk moet bevorderen, dat zulk een zaak groote politieke gevolgen hebbe. Waarborg geven, dat de afstemming geen ernstige politieke gevolgen hebbe, kan zij niet, omdat zulk een waarborg nimmer is te geven en het niet van te voren gezegd kan worden, welke ongelegenheden er uit zouden kunnen voortvloeien."

En voorts over de zaak zelf: „Terwijl zij dus alle soberheid en nuchterheid wil betrachten, mag zij niet verbergen, dat naar het persoonlijk gevoelen der leden van het Kabinet de aanneming der voordracht zakelijk meer in het belang des lands is dan de verwerping. Zij is duidelijk genoeg geweest in haar verklaring, dat het defensievraagstuk voor Indië in zijn vollen omvang

Sluiten