Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEMORIE VAN TOELICHTING.

327

De 10 kleine torpedobooten (type K. van 48 ton waterverplaatsing) zijn bestemd voor het zuiderfrontier en voor de Zuiderzee. In 1904 werden er een 3-tal aangebouwd, terwijl nog eenige toen reeds bestaande kleine booten daarbij werden ingedeeld. Van deze laatste zijn alleen overgebleven de „Jan Haring", de „Jasper Leynsen" en „Makjan", welke booten van 1891 dateeren en daarom weldra aan den dienst zullen ontvallen.

Er zouden dus feitelijk 7 booten type K moeten worden aangebouwd, maar aangezien de ondervinding heeft geleerd dat dit type ten gevolge van de geringe zeewaardigheid weinig gevechtswaarde heeft, is het aangewezen deze kleine booten door grootere te vervangen. Dit kan het best geschieden door de oudste „Ophirs" (140 ton) daarvoor te laten invallen en deze op hare beurt te vervangen door nieuwe groote booten. Met het oog op de capaciteit der werven in Nederland, waardoor eene grens gesteld wordt aan het aantal booten dat gelijktijdig in aanbouw kan worden gebracht, wordt op grond van' bovenstaande beschouwingen op deze begrooting een eerste termijn voor een tweede viertal booten van een verbeterd type „Ophir", in het geheel dus voor 8, aangevraagd tot een totaal bedrag van f 1 900 000.

Wat de onderzeebooten betreft, het aantal van 5, dat in het wetsontwerp voor de kustverdediging wordt genoemd, is thans gereed of in aanbouw. Van deze booten zijn er twee bestemd om op te treden in den Maasmond, twee te IJmuiden, terwijl éen voor reserveboot is bestemd. Zooals ook in het advies van den Raad van Defensie over genoemd wetsontwerp wordt aanbevolen, wordt het meer rationeel geacht elke groep uit drie booten te doen bestaan, reden waarom bij deze begrooting ook een eerste termijn voor het in aanbouw brengen van nog twee onderzeebooten wordt aangevraagd.

Hoewel bij de beproeving van de onderzeeboot II deze aan alle eischen heeft voldaan, is het raadzaam gebleken ter wille van de betere bewoonbaarheid en betere toegankelijkheid deimachines, bij behoud van dezelfde tactische eischen, de waterverplaatsing in geheel ondergedompelden toestand van 150 ton tot ongeveer 200 ton op te voeren. De aanschaffingsprijs van eene dergelijke boot wordt geraamd op een bedrag van ongeveer f 700 000.

De gelden voor nieuwen aanbouw komen dus in totaal op het volgende:

Afbouw 3 pantserbooten f 69 700

id. 4 torpedobootjagers 32 890

id. 4 torpedobooten 588 448

2de depotschip voor onderzeebooten .... 149 940

Iste termijn voor 8 torpedobooten .... 1 900 000

id. voor 2 onderzeebooten .... 663022

te zamen . . . f 3 404 000

Sluiten