Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

400

uittreksel uit de begrooting van nederl.-indië v. 1913.

vanzelf sprekend gevolg is geweest, dat de geschiktheid onzer marineofficieren om met inlanders op de vloot om te gaan achteruit gegaan is, terwijl een gebrekkige taalkennis voor een deugdelijke opleiding van inlanders een volstrekte hinderpaal is. Er zal dus tot de wederinvoering van het leervak Maleisch voor de opleiding van onze zeeofficieren moeten worden overgegaan.

Waar ik nu op de eerste twee punten die de geachte afgevaardigde te berde heeft gebracht hem geen bevredigend antwoord heb kunnen geven, hoop ik, dat hij zal erkennen, dat ik hem toch op dezen vooravond van Sinterklaas niet ongetroost huiswaarts laat gaan.

De heer Verhey ontvangt voor de tweede maal het woord en zegt: Mijnheer de Voorzitter! Ik ben zeer ingenomen met hetgeen de Minister omtrent de opleiding van inlandsche schepelingen heett gezegd. De bevordering van deze zaak zal bij dezen Minister, in samenwerking met zijn ambtgenoot van Koloniën, dan wel in zóó goede handen zijn, dat ik daar de beste verwachtingen van mag koesteren.

Wat de quaestie van den bouw van onderzeebooten betreft, het spijt mij, dat de Minister niet in mijn voorstel kan treden. Ik heb mij echter verplicht geacht den Minister op dit punt te wijzen, omdat ik geloof, dat voor het gebruik van onderzeebooten in Indië, behalve de door den Minister genoemde technische zaken, nog andere dingen aan de orde moeten komen, die hier te lande niet kunnen worden onderzocht.

Wat de proeven met de Ombilinkolen betreft, doet het mij genoegen, dat de Minister zooveel in zijn vermogen is daar wat vaart achter wil zetten.

Als echter de Minister zegt, dat de proeven eerst een paar jaren aan den gang waren en slechts één jaar aan de Emmahaven, dan kan dat juist zijn, voor zoover zij aan den wal zijn gehouden, maar te voren zijn aan boord der schepen reeds vele proefnemingen met de Ombilin-kolen gehouden en daarvan werd ons meer dan eens medegedeeld, dat de oplossing aan het komen was, zoodat het werkelijk vreemd moet aandoen, dat wij tot nu toe, noch , van de proeven op de vloot, noch van die aan de Emmahaven eenig definitief resultaat hebben gezien.

De beraadslaging wordt gesloten.

De onderafdeelingen 296 tot en met 336 worden achtereenvolgens zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

Art. 1 wordt zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

De artt. 2 en 3 en de beweegreden worden achtereenvolgens zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

Het wetsontwerp wordt zonder hoofdelijke stemming aangenomen.

Sluiten