Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEMORIE VAN ANTWOORD.

515

uitstekenden staat verkeeren van het aan boord der schepen verstrekte buskruit, waren sinds korten tijd aan boord deischepen onderzoekers tot patroon- en hulsladingen verstrekt. Hiermede moesten geregeld alle verschillende soorten munitiën worden onderzocht ten einde na te gaan of er in de patroon of huls samengesteld met rookvrij buskruit ook buskruit in zelfontleding aanwezig is.

Uit een ontvangen schrijven van den commandant der zeemacht in Nederlandsch-Indië en uit het aangehaalde rapport van 2 April 1912 is echter gebleken, dat met dien onderzoeker tot patroon- en hulsladingen door verschillende waarnemers zeer verschillende resultaten worden verkregen, zoodat aan den uitslag van de op die wijze ingestelde onderzoekingen geen waarde mocht worden teegekend.

Van het rookvrije buskruit merk 1911, waarbij ingevolge het rapport van 2 April 1912 bij het met genoemden onderzoeker plaats gehad hebbende onderzoek in geringe mate reactie werd waargenomen, werden tot nader onderzoek door den scheikundige der marine,' monsters naar Nederland opgezonden. Hierdoor bleek, dat het buskruit volkomen betrouwbaar is en de chemische stabiliteit niets te wenschen overlaat.

Het gebruik van den onderzoeker werd daaarom gestaakt.

Hij meent met het boven medegedeelde nog eens uitvoeriger dan dit was geschied in zijn schrijven van 19 September 1912 te hebben aangetoond, dat niet de minste twijfel behoeft te worden gekoesterd aan den volkomen goeden staat van het buskruit.

Op de vraag of alle slagdoppen door nieuwe ongevaarlijke zijn vervangen moet hij antwoorden, dat onmiddellijk nadat de hoogergenoemde bevredigende resultaten met nieuw model slagdoppen waren verkregen, door hem maatregelen zijn getroffen dit zoo spoedig doenlijk te doen geschieden.

Hiertoe wordt eene groote hoeveelheid slagdoppen van dit nieuwe model aangeschaft, die zoo spoedig mogelijk bij gedeelten zullen worden opgeleverd.

In afwachting, dat die slagdoppen zullen zijn verwisseld, werden door hem voorloopig bepalingen vastgesteld bij eene daartoe uitgegeven artillerie-circulaire n°. 40 om eene herhaling van het voorgevallene te voorkomen.

De slagsas van den slagdop van de patroon, waarbij de lading ontijdig ontbrandde, is naar alle waarschijnlijkheid aangemaakt aan de artillerie-inrichting aan de Hembrug.

De door de commissie gegeven raad om de patroondoozen onder water te bewaren, werd door den commandeerenden officier van Hr. Ms. „Zeeland" ten spoedigste opgevolgd.

In antwoord op de vraag mededeeling te mogen ontvangen over de nieuwe bepalingen omtrent de tuimelaars deelt hij mede, dat deze zijn opgenomen in het 3de vervolg op het exercitie-reglement voor snelvurend en semi-automatisch geschut en den mitrailleur van 6,5 mM.

Sluiten