Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

586

MARINEBEGROOTING VOOR HET DIENSTJAAR 1913.

„Het verschil in het aantal ziektedagen per hoofd (vrij van dienst) (de ziektedagen waren voor 1911 hooger dan voor 1910) ten nadeele van 1911 (16.4 in 1910, 17,3 in 1911) komt voort uit de toename van de ziektedagen in Oost-Indië.

Voor wat de Europeanen aangaat 25,4 in 1910 tegen 30,95 in 1911 ; voor het inlandsche personeel 20,8 in 1910 tegen 21,09 in 1911.

De grootste rol in deze ongunstige verandering van de getallen, die de meeste waarde als uitdrukking van den algemeenen gezondheidstoestand hebben, de vrij-van-dienst-dagen, spelen de venerische ziekten ; maatregelen tegen dit kwaad zijn moeilijk uitvoerbaar. Bij de Europeesche schepelingen in Oost-Indië vallen 8104 vrij-van-dienst dagen van de 11 727, die er m het geheel meer voorkwamen dan in 1910, op de venerische infecties . En iets verder : .

„Voor de inlandsche schepelingen in Oost-Indië is het aantal vrij-van-dienst-dagen tegenover 1910 toegenomen met 1651, waarvan 1495 op de venerische ziekten vallen".

Mijnheer de Voorzitter! Dit zijn ontzettende cijfers, die ons er geen hoogen dunk van geven dat de zedelijkheid onder het marinepersoneel op hoog peil staat. Nu moet ik in dit verband nog op iets wijzen. Er is te mijner kennis gekomen iets wat ik nog niet wist, n.1. dat in het hospitaal in den Helder, en het zal wel in alle hospitalen van de marine zoo zijn, waarschijnlijk naar de voorschriften, dat dan in het hopitaal in den Helder, waar een groot aantal schepelingen ziek ligt aan venerische ziekten, de bepaling bestaat, dat de soldijen worden bewaard en daarna uitbetaald, wanneer de patiënt het hospitaal verlaat. Bij de landmacht is dit met zoo • daar komen de soldijen ten voordeele van het Rijk en ontvangen de verpleegden alleen een hospitaal toelage, maar bij de marine blijkt het anders te zijn; daar wordt het geld bewaard en den 'man later uitbetaald. Het bedrag van die achterstallige soldij varieert voor hen die 3 maanden verpleegd zijn tusschen de f 100 en f150. Ik kan mij begrijpen, dat bij gewone ziektegevallen een verpleegde een deel van zijn soldij behoudt, maar dat in het geval, dat verpleging plaats vindt voor ziekten als hier door mij werd aangegeven, dan nog de gewone soldij wordt toegekend, komt mij voor, een maatregel te zijn die ook om der gevolgen wil, met te verdedigen is. ... .... . .

Over het passagieren zelf zal ik op dit oogenblik met spreken, ofschoon er in verband met het zedelijk peil van de schepelingen wel iets over te zeggen zou zijnr maar waar in de stukken wordt medegedeeld, dat de passagiersregeling met werd gewijzigd, zal ik over dit punt maar zwijgen. Overzie ik nu hoe het met het geestelijk en zedelijk peil van den minderen schepeling gesteld is en let ik daarbij op de feiten dat bij de marine alle godsdienstzin ontbreekt, dat het voorts met het zedelijk peil niet gunstig staat, daar is, dunkt mij, de vraag op

Sluiten