Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beraadslagingen.

597

want dat dan toch ten gevolge van die actie inderdaad die afgekeurde passagiersregeling gaandeweg is ingetrokken. Te recht zegt de heer Verhey : het doel heiligt de middelen niet, dat ben ik volkomen met hem eens, maar mag ik dien geachten afgevaardigde er op wijzen dat de Bond voor minder marinepersoneel niet dan als laatste redmiddel is overgegaan tot weigering van deelname aan niet bevolen feestelijkheden en dergelijke, dat immers eerst de volkomen natuurlijke weg is gevolgd door een verzoekschrift aan boord te laten circuleeren dat door een zeer groot aantal korporaals en minderen, allen meerderjarig, is geteekend en aan de bevoegde autoriteit overhandigd ? En toen dat verzoekschrift niet de noodige uitwerking had, pas toen is men gekomen tot dien verderen maatregel.

Ik zou den heer Verhey, die bekend staat als een zachtmoedig man, maar die toch zooveel voelt voor recht, dat hij zich zeker niet zal willen neerleggen bij wat hij ook als onrecht gevoelt, een vraag willen stellen. Wanneer hij in het geval verkeerde van die meerderjarige schepelingen, aan wie eenvoudig op ondoordacht doordrijven van een lid van de tegenwoordige rechtsche meerderheid een zoo hatelijke beperking was opgelegd, en hij bemerkte dat hij langs den gewonen weg geen redres kon verkrijgen, zou hij zich dan maar kalm neerleggen bij den toestand, dien hij toch ook afkeurt ? Ik kan dat haast niet denken.

Nu is het gemakkelijk te zeggen : ik vind die actie van den Bond van minder marinepersoneel verderfelijk, maar laat de heer Verhey dan ook, waar hij die organisatie een goed hart toedraagt, opbouwend te haren opzichte werken en laat hij er bij voegen: in uw plaats zou ik zus of zoo gehandeld hebben.

De heer Verhey heeft ook van excessen gesproken, maar ik geloof, dat dit woord toch minder juist is. Excessen zijn er gepleegd — dit geef ik toe — maar dat was een op zich zelf staand geval van sabotage, ik meen aan boord van de „Hertog Hendrik", het overboord werpen van een ruststoel van den commandant. Maar daarop is in deze discussie niet gewezen, waarschijnlijk omdat men wel gevoelde, dat deze daden niet kenmerkend zijn, daar zulke sabotagehandelingen door ieder, ook door het georganiseerde personeel, afgekeurd, helaas wel meer aan boord zijn voorgekomen. Maar dat het weigeren van deelneming aan niet verplichte feestelijkheden ook al tot de excessen zou moeten worden gerekend, had ik althans uit den mond van den heer Verhey niet verwacht.

Intusschen, als hij er toch zoo over denkt, geloof ik dat hij een goed werk zou doen, ook voor den Bond van minder marinepersoneel, als hij zou willen aangeven, wat hij in hun geval zou hebben gedaan.

Ik kom nu tot wat ik Dinsdagavond nog had willen behandelen, de maatregelen die nu door het marinebestuur worden beraamd om den geest aan boord te verbeteren. Het blijkt nu, dat men niet beoogt de grieven weg tè nemen. Ik moet dit met eenig voorbehoud zeggen, omdat het kan zijn, dat de M. B. 1912-'13. 38

Sluiten