Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

612

makinebegeooting vooe het dienstjaae 1913.

Nu kunnen er, behalve de quaestie van het duur werken van de werf, dat nog al eens voor de opheffing is aangevoerd, mogelijk nog eenige andere motieven voor de opheffing pleiten, een opheffing waarop de Minister de Kamer reeds heeft voorbereid. Dat dit laatste zoo is, bleek wel uit de rede van den heer Snoeck Henkemans, die wel een pleidooi wilde houden voor het behoud van de werf, zij het desnoods met verplaatsing naar elders, maar die zich toch reeds bij die opheffing scheen neer te leggen, en zelfs zeide : als het toch moet gebeuren, laat het dan maar geschieden onder dezen Minister die getoond heeft een goed hart te hebben voor de werklieden, en daarom zou ik liever zien, dat het door dezen Minister gedaan werd dan door een ander. Wanneer deze wensch van den heer Snoeck Henkemans in vervulling gaat, dat het door dezen Minister moet gebeuren, dan moet het spoedig gebeuren, want de heer Snoeck Henkemans kan profeteeren wat hij wil maar of deze Minister een volgende begrooting zal verdedigen, daar weet hij zoo min als ik, niets van.

Ik heb hiermede echter alleen willen aantoonen hoe sterk de indruk is geweest op de Kamer naar aanleiding van hetgeen de Minister omtrent de opheffing heeft gezegd. Het heeft er min of meer van alsof de Minister het vonnis van de werf al in zijn zak heeft, zoodat het maar alleen geteekend behoeft te worden om tot de uitvoering er van te kunnen overgaan.

Als dit zoo door de Kamer gevoeld wordt, dan is dit de schuld van den Minister, die in de stukken dien indruk heeft gewekt.

En indien die indruk juist is, zou ik mij wel willen aansluiten bij den heer Vebhey, die er hedenavond op heeft aangedrongen, dat de Minister de beslissing over de al of niet opheffing van de werf aan de Kamer zal overlaten. Ik heb bij verschillende afgevaardigden geïnformeerd, maar die wisten mij niet te zeggen of de quaestie van de opheffing van de werf al of niet aan het oordeel van de Kamer moet onderworpen worden. Ik hoop van ja. Wanneer de Minister de bevoegdheid wel heeft, dan zou ik hem willen verzoeken om van die bevoegdheid buiten de Kamer om geen gebruik te maken, maar laat de Minister toch vooral, voordat de werf opgeheven wordt, het volledig rapport van de commissie overleggen, die tot die opheffing geadviseerd heeft

Nu de indruk onwillekeurig bij mij gewekt is, dat de werf zal worden opgeheven, ben ik zoo vrij er bij den Minister op aan te dringen, dat hij maatregelen zal nemen in het belang van de arbeiders die door de opheffing zullen getroffen worden. Die maatregelen komen hierop neder: ik zou den heer Minister willen vragen om tijdig voorbereidingen te treffen, waardoor het mogelijk zal worden om die arbeiders, die niet gepensionneerd kunnen worden en niet dadelijk elders werk kunnen

Sluiten