Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

65

nog het uitmuntend effect. Het Andante con moto is een niet alledaagsch model van contrapunctischen arbeid; een opwekkende cantus, door een licht bewogen basso continuo gesteund, neemt het grootste deel van het weefsel in en boeit den kenner met onweerstaanbare tooverkracht. Daarop volgt een afdeeling, waar even goed Menuetto of Tempo di menuetto boven kon staan, aangezien wij hier met een vorm te doen hebben, dien we dikwijls in de symphonieën van Beethoven aantreffen. Door effectvolle gradatie onderscheidt zich de zich aansluitende Saltarello. Van de uitvoering kunnen we niet anders dan een zeer gunstig getuigenis afleggen.

Aan instrumentaal-werken bevatte het programma verder de heerlijke suite in Gr-dur van Sebastuan Bach, de eerste voor strijkinstrumenten te Muuchen uitgevoerd en met evenveel bijval gegeven als te Londen, Parijs en andere groote steden. Voorts, omdat de concertzaal een tijd lang aan zijn bestemming onttrokken was geweest, de Weihe des Hunnes van Beethoven In deze compositie wilde Beethoven de stijl van Handel navolgen. Dat is duidelijk in de slotperiode der inleiding, die aan de trompetpassages van HïIndel's Te Deum herinneren. Bij de dubbelfuga valt het schrale op te merken van het hoofdthema, wat door het niet veel beduidende tweede thema er niet beter op wordt. Toch is en blijft interessant, wat Beethoven van dit thema heeft weten te maken. Gunstiger indruk laat de ouverture na, omdat Beethoven tegen het slot zijner fantaisie haar vrijen loop laat en door inlassching zijner melodische en ten opzichte van moludatie zeer belangwekkende interpolatiën, de minder gunstige impressie van de niet streng' in 't oog gehouden fugaorde in de tegenovergestelde gewaarwording doet overslaan.

Mej. Bitter zong een recitatief en aria van Mozart met Italiaanschen tekst, die goed bij den zang past. Een en ander draagt de sporen van in jeugdigen leeftijd gecomponeerd te zijn. Een ander lied van Clara Schumann heeft niet heel veel om 't lijf en laboreert aan de fout van vele moderne liederen, aan een piano-accoinpagnement namelijk dat den zang op den achtergrond schuift. De compositie van Robert Franz is wel gelukkiger, doch beweegt zich weinig buiten cle conventioneele phrase. Mej. Ritter, met mevr. Diez de voortreffelijkste onzer concertzangeressen, verwierf grooten bijval, terwijl het laatste nummer gebisseerd moest worden.

Het programma van de derde en laatste quartet-soirée beloofde veel genot. In het quartet in B-dur, op. IS, n°. 6 van Beethoven wordt de duidelijkheid zeer bevorderd door den soberen vorm van zijn kader, met name in het eerste gedeelte. De eigenaardigheid van .het Finale daarentegen, met het van een scheuren zijner perioden, draagt niet bij tot de helderheid, aangezien hier voor geen andere reden dan caprice te vinden is. Daarop volgen 2 fragmenten: Andante cantabile uit het quartet n°. 17 van Joseph Haïdn en een quartetgedeelte in C-moll, Allegro assai uit de nagelaten werken van Franz Schubert. Onder zijne tijdgenooten staat deze componist ten opzichte der vinding bovenaan. Het aantal zijner werken gaat duizend te boven, waarvan echter maar een derde gedeelte in ruimer kring verspreid is, hetgeen behalve de menigvuldige moeielijkheden voor de executanten , hoofdzakelijk aan den grooten omvang zijner werken te wijten is; laatstgenoemde eigenschap bezit ook het op dit concert ten gehoore gebrachte stuk. Bewonderenswaardig is het coloriet daarin. Een diepen indruk maakte de meesterlijke voordracht van Mozart's G-moll-quintet op het

ditmaal talrijke auditorium. De samenwerking der vijf kunstenaars voldeed dan ook aan de hoogste eischen.

De hofviolist Walter gaf dezer dagen een concert, waarin hij zich ten doel scheen gesteld te hebben, bewijzen te geven van zijne verbazende techniek. Dat gelukte hem dan ook. En wel met de voordracht van het Allegro moderato uit het eerste concert van Vieuxtemps, minder mooi dan zwaar; vervolgens met de fantaisie van Davik over een thema van Mozart , eindelijk met een tour de force van Paganini, een transcriptie van een motief uit Rossini's Mozes, op één snaar. We releveeren hierbij de zuiverheid in de hoogste posities.

Mevrouw Diez zong drie liederen van Schubert en drie van Taubert met het gevoel, dat haar kenmerkt. De heer Sthauss , een sieraad van ons orkest, droeg een concert van eigen compositie voor op den hoorn en onderscheidde zich door bravoure en wegsleepend schoonen toon. De heer Tillmetz bracht met groote vaardigheid een Fantaisie voor fluit van Doppler ten gehoore. De compositie beduidt niet veel; bij den executant lieten de diepe tonen onder de eensgestreepte G, wat rondheid betreft, wel wat te wenschen over. Mej. Aub kwam met eene transcriptie voor den dag van Liszt, over den intocht der gasten op den Wartburg uit Tannhauser van Richard Wagner. Slechts weinige dames gelukt het, deze capriolen van Listz behoorlijk voor te dragen. Ook mej. Aub schoot te kort. Een storenden indruk maakte de herhaaldelijke veranderingen in het tempo, terwijl deze pianiste geen denkbeeld schijnt te hebben van virtuosenvrijheden, hierbij gebruikelijk. Aan al deze voordrachten vielen levendige toejuichingen ten deel.

OPERA.

Het kostte onze Opera-directie niet weinig moeite, om de noodige afwisselingen te handhaven. Onze eerste tenor Nachbaur, die sinds het laatst van November ernstig ziek was, trad eerst den 19 Februari als Georg Brown in de Weisse Dame weder op. Inmiddels had zijn collega Vogl hem vervangen, zingende zoowel den Raoul en Robert als den Ivanhoe, Eleazar en Lohengrin. Aan die bereidwilligheid had het publiek het behoud van het genot der opera te danken.

Heel veel opmerkelijks valt er in 1871 op dit gebied niet te vermelden; we zullen slechts noemen eene reprise van Lortzing's Undine, een schier mislukte opvoering van Robert der Teufel, te wijten niet alleen aan het ontoereikende personeel, maar ook aan de gebrekkige directie van Dr. Porges. De opvoering van den Lohengrin was slechts daardoor dragelijk, omdat het over 't geheel goed werkende personeel op den directeur voornoemd weinig acht sloeg. Zijn onbekwaamheid werd eenparig in de pers gesignaleerd, en het valt te betwijfelen, of de heer Porges nog wel ooit den dirigeerstaf in de Opera te Munchen zal voeren.

Schrijver dezes verwachtte onder deze directie een uitmuntende opvoering van den Lohengrin, aangezien Dr. Porges een intiem vriend is van Wagner. Maar als men zijne schrijverij over de toekomstmuziek leest, staat men over zijn zelfvertrouwen verbaasd. Onze schouwburgdirectie is echter niet verantwoordelijk voor de benoeming van dezen directeur, aangezien dit het werk van hooger hand was.

Ten gevolge van ophanden veranderingen in het operapersoneel, staan verscheidene gastvoorstellingen voor de deur. Mej. Bebtha Steiner uit Weenen trad zonder succes op als Annchen in den Freischütz.

Sluiten