Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

702

DE HOLLANDSCHE REVUE.

prijzen verkocht, en toen er na 1868 geen slaven meer waren, werden er vele gesloopt of verlaten. Van al die plantages zijn slechts „Rust en Werk" in Beneden Commewijne, „Alliauce" in Cottica en „Waterloo" in Nickerie voor de suikerkuituur behouden, terwijl de „Nederlandsche Handelmaatschappij" door aankoop van plantage „Marienburg" en verscheidene aangrenzende plantages in Beneden Commewijne een suikeraanplant in het groot aanlegde. Op al deze plantages is door de veel verbeterde bewerking met usines, die vroeger alhier onbekend waren, de opbrengst belangrijk toegenomen en hebben zij zich daardoor kunnen staande, houden, sedert de suikermarkt allengs zeer is gedaald. Een 25-tal der suikerplantages, die nog korteren of langeren tijd een sleepend bestaan voerden, werden vroeger of later aangekocht, meest allen door Surinamers, die over een zeer bescheiden kapitaal te beschikken hadden, met het doel om cacao te planten. Men meende, dat nu er kapitaal en arbeidskrachten ontbraken om de suikerkuituur voort te zetten of de koffieplantages te onderhouden, terwijl ook om dezelfde redenen de katoenkuituur in Coronie en Matappica moest worden gestaakt (in Matappica ook wegens verplaatsing van het zeestrand naar binnen, waardoor de plantages aan die kreek niet meer voldoende konden loozen), het alle aanbeveling verdiende de cacaokultuur, die meer loonend scheen en waarvoor, naar men beweerde, geen al te groot kapitaal en geen uitgebreide arbeidsmacht noodig waren, ter hand te nemen. Er waren toen slechts een drietal plantages, waarop uitsluitend cacao, en een tiental, waarop koffie en cacao werden verbouwd. Achtereenvolgens werden ook nog ruim 35 koffieplantages in cacao-ondernemingen omgezet, zoodat nu ongeveer 75 a 80 geordende cacaoplantages in de kolonie worden geteld, terwijl op zeer talrijke gronden of kleine perceelen van verlaten plantages met goed gevolg cacao werd geplant door landbouwers, die voor eigen rekening werken. Ging men aanvankelijk te werk, in de veronderstelling dat geen groot werkkapitaal noodig was voor cacao, na eenigen tijd ondervond men het tegendeel. Immers men zag zich verplicht om voor aanplant en onderhoud immigranten uit Britsch-Indië of uit Nederlandsch-Indië te nemen tegen betaling aan het Immigratiefonds van ƒ156 per hoofd voor een vijfjarig kontrakt, met de verplichting om jaarlijks aan het immigratiefonds het hoofdgeld en aan het goevernement de geneeskundige belasting te betalen. Mede is men gehouden een welingericht Ziekenhuis en ook woningen volgens de eischen der wet voor hen te bouwen. Volgens berekening van deskundigen kost elke immigrant op eene onderneming, waar 75 a 80 arbeiders onder kontrakt arbeiden, gemiddeld ƒ75 per jaar boven het gewoon dagloon, dat van 60 cent tot fi.— bedraagt, al naar den aard en den omvang van het werk. Voorts heb¬

ben ondernemers uitgaven te doen voor groote loodsen of schuren alsmede voor wagens en andere toestellen om de cacao te bereiden en te drogen. Zij hebben sluizen, vaartuigen enz. te onderhouden. Dat alles eischt veel geld, vóór de onderneming voldoende winsten kan afwerpen. Van daar dat zij, die over weinig geld te beschikken hadden, de bebouwing slechts langzaam konden uitbreiden. Gelukkig echter zijn we thans zoo ver gevorderd, dat de meeste cacaoplantages 2 a 300 akkers (1 akker = 0.43 H.A.), enkele 400 of meer in kuituur hebben. Alleen door het vestigen van hypotheek op velen der ondernemingen is deze gunstige uitkomst verkregen, en hebben de aflossingen in de eindelijk gevolgde voordeelige jaren geregeld plaats gehad. Slechts een 4 of 5-tal plantages, waarvan het beheer te wenschen overliet, hebben schade berokkend aan hypotheekhouders. Is eenmaal een cacaoplantage in vollen bloei, dan mag voorzeker gerekend worden op ruime winsten. Maar daar gaat tijd mee heen. Want, al gebeurt het wel, dat verscheidene boomen van eene aanplant reeds tusschen het 5e en het 6e jaar beginnen vruchten te geven, in den regel mag eerst in het 7e jaar ongeveer 50 KG. (V2 baal) cacao per akker verwacht worden. Bij goed onderhoud kau het produkt telken jare met ongeveer !/2 baal per akker vermeerderen, tot dat men 2]/2 baal per akker verkrijgt. Er zijn vele voorbeelden van 3 tot 4 honderd KG., ja zelfs enkele van 500 KG. per akker bekend. De ervaringen, door planters opgedaan gedurende de praktijk van zooveel jaren, hebben er toe geleid, dat de later gevolgde manier van aanleg en onderhoud veel betere uitkomsten oplevert, en het lijdt geen twijfel of de opbrengsten per akker zullen gaandeweg vermeerderen.

Ook heeft de ondervinding geleerd, dat om met goed gevolg eeue cacaoplantage aan te leggen, men zich niet moet bepalen tot een bebouwing van 200 (zooals, jammer genoeg, door sommigen is gedaan), maar van minstens 300 akkers; en dat wel in vijf achtereenvolgende jaren, telken jare 60 akkers. In dien tijd heeft men dan een tegemoetkoming in de opbrengst der bananen, die als schaduw dienst moeten doen voor de jonge cacaoplantjes, zoolang de eigenlijke schaduwboomen, die op grooten afstand geplant worden, omdat zij later hunne takken ver verspreiden, niet genoeg opgeschoten zijn. De banaan, het zoozeer gezochte volksvoedsel, geeft in 12 maanden een tros vruchten van 10 tot 15 KG. gewicht, dikwijls nog veel zwaarder. Er worden 5 a 600 plantsoenen op een akker aangelegd, doch daar het veeltijds gebeurt, dat de boom topzwaar wordt door de steeds grooter wordende trossen en omvalt voordat de vrucht boomrijp is, doet men goed bij begrootingen op slechts 200 bossen bananen te rekenen. De markt van dit artikel is zeer wispelturig. Een bos bananen, die bij een niet al te grooten voorraad ƒ1.00 en meer op-

Sluiten