Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BOEK VAN DE MAAND.

801

slachtoffers van de natuurwet, volgens welke niet meer kinderen in leven blijven, dan voor wie levensmiddelen beschikbaar zijn.

Als middelen nu ter beperking van de overmatige kinderproduktie, zoo gaat de schrijver dan voort, zijn aanbevolen: door Malthus zelf „deugdzame onthouding" in het huwelijk ; verder late huwelijken, aanwending van de zoogenaamde Neo-Malthusiaansche middelen. De lagere volksklassen evenwel, waarvoor juist die beperking noodig zoude zijn, laten, niet uit hoofde van een hooger zedelijkheidsgevoel, maar waarschijnlijk omdat haar levensstandaard toch reeds vrijwel zoo laag mogelijk is, Gods water over Gods akker loopen, getuige het feit, dat zij juist de meeste kinderen voortbrengen; een feit, dat ieder in zijne eigen omgeving kan waarnemen. Bij deze volksklassen bestaat dus nog wat men kan noemen een natuurlijk geslachtsleven in het huwelijk. In de meergegoede klassen schijnt zulks tegenwoordig, helaas! meer uitzonderingen dan regel te zijn. Wat ziet men hier namelijk? De eerste 1 of 2 kinderen komen in den regel in de eerste huwelijksjaren vroeg genoeg, maar dan verdwijnt de ooievaar vaak voor goed. Alhoewel nu door deskundigen wordt beweerd, dat de groote meerderheid der éénkindsteriliteit berust op gonorrhoe, en ik niet in staat ben, deze bewering te logenstraffen, leert de ervaring ons toch en heb ik ten overvloede ter gelegenheid van het bespreken der huwelijksvruchtbaarheid duidelijk aangetoond, dat de oorzaak van het plotseling ophouden der voortbrenging zeer dikwijls moet gezocht worden in de aanwending van allerlei preventief middelen; middelen, die naar mijne meening eene bron kunnen worden van verschillende, grootendeels functioneele, stoornissen, vooral bij de vrouw.

Laten we nu violen zorgen, dan gaan, alleen [ in het kleine Nederland, telken jare eenige dui- i zenden kinderen onnut en onnoodig te gronde, j

De vraag doet zich nu als vanzelf aan ons I voor, hoe het mogelijk is om, op andere wijze dan door beperking van het aantal geboorten, in | dezen treurigen toestand verbetering aan te breu-; gen. Naar de meening van Dr. Jonkers kan er alleen dan gegronde hoop op verbetering bestaan, wanneer het gelukt, aan de lagere volksklassen, in plaats van armoede en onwetendheid, meerdere welvaart en beschaving deelachtig te doen worden. Zorg voor uitstekend lager onderwijs; kweek een geest van voorzorg aan; bevorder, dat een ieder prijs stelt op eene zekere mate van welvaart en het daaraan verbonden intellektueele en materieele genot, en de vruchten daarvan zullen, meent hij, niet uitblijven. Ze zullen meerder en gezonder zijn dan die, welke de Staat door direkte inmenging met den besten wil kan inoogsten.

Tot dusverre is misschien nog maar al te veel het schuldige „laissez faire, laisssz passer, laisser mourir" de leuze geweest van hen, die in de eerste plaats geacht konden worden tot het aanbrengen van verbetering in dit opzicht geroepen te zijn. Toch moet dankbaar erkend worden, dat in de laatste tijden de wetgevingen, ook in ons vaderland, zich meer en meer gaan bewegen in de richting, die kan leiden tot verbetering van den sociaal-ekonomischen toestand der lagere volksklassen (leerplichtwet, woning- en gezondheidswetten, enz. enz.).

Rekapituleerende komt Dr. Jonkers dan met Prof. Biedert, wiens beschouwingen omtrent de kindersterfte, wat het buitenland betreft, hij ten deele gevolgd heeft, tot de slotsom

dat de grondoorzaak der groote kindersterfte niet in de eerste plaats moet gezocht worden in het tekortschieten der geneeskunst — ofschoon niet kan worden ontkend, dat het kweeken van meerdere kennis omtrent de herkenning en de behandeling van de ziekten bij kinderen in het algemeen en bij zuigelingen in 't bizonder, bij de toekomstige Nederlandsche geneeskundigen een dringende eisch des tijds mag worden genoemd — maar grootendeels schuilt in den aard en de wijze van voeding en verzorging der jonggeborenen. En dat deze nog zoo dikwijls veel te wenschen overlaten, moet in hoofdzaak op rekening gesteld worden van de maatschappelijke wanverhoudingen, als gevolg waarvan men waarneemt: naast den dood door kommer en gebrek, krisissen in de industrie tengevolge van overproduktie.

De verklaring van dezen onnatuurlijkeu toestand schijnt z. i. gezocht te moeten worden in de steeds toenemende opeenhooping van het bezit in de handen van betrekkelijk weinigen, in de ongelijke verdeeling dus — en niet in het ontbreken — der levensmiddelen. Wanneer dit juist is, en daaraan twijfelt hij niet, dan moet het streven der regeeringen er op gericht zijn, om eene meer gelijkmatige verdeeling van het bezit zooveel mogelijk in de hand te werken. Op welke wijze dit het best te verwezenlijken zou zijn, waagt hij niet te beslissen, doch in ieder geval „where there is a will, there is a way".

Boekwerken als het onderhavige geven veel te denken, en brengen onze gedachten vanzelf op allerlei vraagstukken, ook van ekonomischen en socialen aard. Daarom dringen we er bij onze lezers op aan, het zelf ook eens te lezen, opdat zij zullen gaan nadenken over de middelen, die tot een betere verdeeling der arbeidsprodukten in ons maatschappelijk leven zullen kunnen leiden.

Sluiten