Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

63

waarop het Ehre sei Gott zich machtig ontplooit: hemel en aarde verheerlijken den Vader. Ten slotte hooren wij de verre stemmen nog even alleen, maar wij vernemen niet het einde van hun zang, die zich oplost in een lichtende zee van instrumentale harmonie.

Wij hebben de vormen der compositie met de consequente leidmotieventoepassing bezien; ook eenigszins te kleuren.

Wolfrum's orchestratie, waarvoor geen ongewone middelen zijn gebruikt (behalve dan een althobo-paar) is rijk, glinsterend en dieptintig, nergens te massief. Zijn coloriet heeft ook iets eigens en ondefinieerbaars. Tot het persoonlijke behoort zijn aanwending van het orgel, niet slechts als een onbezield orkest tot materieele versterking van het bezielde, voorts om zijn kerkelijkheid tot begeleiding van objectief reciet, maar tevens en voornamelijk als een stem met de speciale hoedanigheden van volmaakte rust in macht en zachtheid en onbegrensden duur van absoluut effene tonen. Elk instrument is hem een stem; in melodievoordracht heeft de contrabassist evengoed zijn aandeel als de concertmeester, en ook de tubapartij bevat het welgemotiveerde woord „singend." Er stroomt echte polyphonie, begeleidend in onbelemmerde vrijheid van beweging en bij streng imiteeren dogmatische schema's versmadend. Soortgelijke deugden heeft de koor- en solo-stijl die het dichterwoord voortreffelijk uitbeeldt en zeggingswaarheid met melodieschoonheid vereenigt.

Het werk laat zich dunkt mij niet in een „school" classificeer en. Wolfrum heeft geleerd van Bach en van Wagner, van Liszt en van Berlioz, van Beethoven, Schumann en Brahms, evenwel geen hunner nagesproken en allerminst een onpersoonlijk eclecticisme getoond, maar een oorspronkelijken geest kunnen vereenzelvigen met den kinderlijken en verhevenen van naieve kerstliedjes en plechtige koralen. Vandaar een merkwaardige homogeni¬

teit ook bij schijnbaar scherp contrast. Maria's monoloog aan de kribbe lijkt een volkstrantnegatie maar past evenals andere harmonisch en modulatorisch aparte concepties in een omgeving van natuurmelodie, deels gevonden deels geschapen door den auteur, wiens meedeeling wij wel noodig hebben om te weten dat hij behalve de bekende kerkelijke wijzen en den wiegezang alleen het fröhlich seid und jubiliret ontleende.

Misschien is nooit een regenereeren van cultuurkunst door volkskunst in zulk een mate gelukt. Maar bezigen wij geen woord dat op een pogen, trachten, streven wijst: het schijnt alles vanzelf gekomen. Wolfrum uitte zich gelijk hij moest — und wie er musst' so konnt' er's. Zoo kunnen wij zijn Weihnachtsmysterium bewonderen wanneer wij 't beschouwen. Genieten wij het, dan is er geen waardeering maar stemming van liefde, vreugd en vrede.

v. W.

■iiiiiiiiiiiiiiiiiViiiiiMmmmiiiiiiiKiiliili tuiiiMiuiiHinitimiiiutitiiEiiiiiiniHiUHiMjiimiiiiJm iiicinmmttmrnnrrmfl Verbetering. Onlangs over Amory sprekend heb ik van hem een ballade Danton vermeld, die niet bestaat. Het werk, waarvan Letzer, blijkbaar misleid door een zetfout op een programma (Danton voor bariton) verkeerd gewag heeft gemaakt, is Die Schlacht bei Bornhöved, mij bekend en in mijn appreciaties niet vergeten, v. W.

IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIUUIIUIIIIIIIftllllllllllllllIM

INHOUD.

Het karakter der toonaarden II, Dr. ]. v. d. Hoeven

Leonhard.

Personalia: Emil Ergo; f Karl Heymann, + v. W.

De harmonieleer van het klavierspel . Otto Lies.

Herinneringen van een volksliederenverzamelaar,

Victor Zack.

Intermezzi.

Belangrijke Data v. W.

Nederlandsche Toonk. Vereeniging, officieel orgaan.

Sluiten