Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

grip van den kwintencirkel verkregen door telkens op de voorgaande een kwint te bouwen.

De lydische toonsoort, welke met onze moderne majeur-toonladder overeenstemt is: c, d, e, f, g, a, b c. Ge krijgt die toonsoort door van f uit kwintsgewijs de tonen op te stapelen namelijk f-c-g-d-a-e-b. De tonika bevindt zich op de tweede plaats.

Hypophrygisch vormen wij de tonen c, d, e, f, g, a, bes, c. Kwintsgewijs van bes uit te vormen namelijk: Bes-f-c-g-d-a-e. De tonika bevindt zich op de derde plaats.

Phrygisch: tonen c, d, es, f, g, a, bes, c. Kwintenopvolging: es-bes-f-c-g-d-a. De tonika komt op de vierde plaats.

Eolisch, hypodorisch of hyperphrygisch: c, d, es, f, g, as, bes, c. Kwintenopvolging: as-es-bes-f—c-g-d. De tonika is No. 5.

Dorisch: c, des es, f, g, as, bes, c. Kwintenopvolging : des-as-es-bes-f-c-g. De tonika komt op de zesde plaats.

Ten slotte hyperdorisch of mixolydisch: c, des, es, f, ges, as, bes, c. Kwintenopvolging : ges-des-as-es-bes-f-c. De tonika staat op de zevende en laatste plaats.

De kwint is dus de maatstaf voor de diatonische toonsoorten en daardoor bemerkt men de verschillen.

Touzé komt daardoor tot de nieuwe definitie van een toonladder: „De diatonische laddersoort is de toonladder, ontwikkeld uit zes opeenvolgende kwinten."

Deze definitie is eenvoudig en juist. Men kan werkelijk geen diatonische toonladder vormen, zonder dat tonen kwintsgewijs opgestapeld kunnen worden. Evenmin kan men zes opvolgende kwinten schrijven, zonder dat daaruit een diatonische toonladder is te vormen.

Andere diatonische ladders dan deze zeven hiergenoemd, zijn niet mogelijk.

De nieuwe toonsoorten die men gelieft te bedenken, zijn slechts variaties op dit thema.

Heeft nu de rangschikking van de tonika invloed op de stemming van een melodie, zooals Aristoteles het aanduidt?

Het valt niet te moeilijk dat te bewijzen. Denkt U zich een melodie, in onze C majeur toonsoort gecomponeerd zonder toevallige verhoogingen of verlagingen. Een goed voorbeeld is ieder langzaam voorgedragen thema, dat slechts uit de zeven tonen van den diatonischen ladder is gevormd. Draagt die melodie achtereenvolgens voor : hypolydisch dus met fis in plaats van f; lydisch, dus overeenstemmend met onze durtoonsoort van C; hyperlydisch dus met bes in plaats van b; phrygisch, dus met bes en es in plaats van b en e; hyperdorisch dus met bes, es en as, in plaats van b, e, en a; dorisch dus met bes, es, as, en des in plaats van b, e, a en e; ten slotte hyperdorisch met bes, es, as, des en ges in plaats van b, e, a, d en g.

Tenzij men van muzikaal besef geheel gespeend is, moet men bemerken hoe de melodie steeds somberder en droefgeestiger van karakter is geworden. Toch staat de melodie nog in C. Het procédé om door verlagingen of verhoogingen het karakter eener melodie te wijzigen, noemt Touzé „imitation chromatique."

In tegendeel met de bewering, dat onze toonzetters terugkeeren naar de Grieksche toonsoorten, hetgeen een teruggang zou beteekenen, kan men veeleer zeggen, dat de modernen het systeem verrijken door van de geheele chromatische tonaliteit gebruik te maken.

Men zal bemerkt hebben, dat de zeven diatonische ladders gebruik maken van alle tonen van de chromatische ladder onder souvereiniteit van de tonika C. In kwintenopvolging zijn die tonen te rangschikken, te beginnen bij C en men krijgt dan de kwintencirkel e-g-d enz., te samen vormende den chromatischen toonladder.

Definitie: De chromatische toonladder is de ladder, ontwikkeld door 12 opeenvolgende kwinten.

Hoe de melodische evolutie eveneens leidt naar de chromatische toonladder

Sluiten