Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

148

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

Personalia.

Ce sar Franck.

Tien maanden van het jaar gaf hij, om aan den kost te komen, pianolesjes, ging hij van het eene huis naar het andere, trap op trap af. Tien maanden moest hij het werk, dat hij in zijn zomervacantie wilde opschrijven, in zijn hoofd meedragen. Want al zijn composities kwamen gedurende de twee zomermaanden, — dan nam hij vacantie .— op het papier. Van September tot Juni had hij volstrekt geen tijd; dan was het den ganschen dag les geven, voor een niet heel groot honorarium.

Wel is het diep te betreuren dat zoo een edel hoog mensch zijn leven lang gedwongen geweest is, dag in dag uit, toonschalen van muzikale, half-muzikale en heelemaal onmuzikale leerlingen aan te hooren. Zijn Woensdag bijvoorbeeld: van 's ochtends acht tot 's avonds negen uur gaf hij dan les in een meisjes-pensionaat; dan om kwart over negen ontving hij mij en nooit heb ik hem na zoo een ontzettend vermoeienden dag ook maar een woord hooren klagen; integendeel, na zooveel pianolessen — beweerde hij — frischte een harmonieles hem weer op.

Hij was een door en door eenvoudig mensch, die weinig eischen stelde aan het leven, die liefst stilletjes, onopgemerkt zijns weegs ging ; nimmer deed hij een poging anders dan anderen te zijn, ook in het uiterlijke niet. Hij kleedde zich als een gewoon mensch, hij kamde zijn haar fatsoenlijk als een gewoon mensch, hij had een afkeer van schutterige manieren; hij leefde in zijn gedachten, ging voor het overige rustig zijn gang.

Hij bewonderde gaarne, critiseerde nooit; en ondanks vele teleurstellingen kwam er nooit een bitter woord over zijn lippen. Toen hij eens over een leerling sprak die hem stil verlaten had om bij Massenet les te nemen, hoorde ik van hem geen boos woord; eenvoudig zei hij: „Hij is

onrechtvaardig jegens mij geweest". Dat is het hardste woord dat ik ooit van hem gehoord heb. Zijn ziel was zoo verheven, zoo rein dat hij leelijke dingen niet verachtte, maar ze niet kende. Toch moet men niet gelooven dat hij in zijn goedheid een zwakkeling was.

Natuurlijk had hij er in het minst geen slag van, voor zijn werk op te komen j ongetwijfeld had hij besef van zijn eigen beteekenis, doch de grootste bescheidenheid sierde hem. Alles wat op reclame leek vond hij uit den booze.

Zijn literatuur-kennis was enorm! Bach, Mozart, Beethoven en de romantische werken kende hij alle op zijn duimpje, en ook met de werken van Wagner was hij zeer vertrouwd; hij bewonderde die muziekdrama's in hooge mate.

Aldus schetst Paul de Wailly den grooten componist Cesar Franck, wiens lessen hij nog genoten heeft.

Vincent D'Indy, die mede tot Franck's leerlingen behoord heeft, of laten wij liever zeggen, die Franck's beroemdste leerling geworden is, heeft ter herdenking van 's meester's lOOsten geboortedag een redevoering gehouden, gedurende een bijeenkomst van de „Société francaise de Musicologie" en er toen op gewezen, dat de groote Cesar Franck niet ontsnapt is aan den regel, die bijna algemeen is, dat de ware kunstenaar zijn beste werken gaat schrijven na zijn veertigste jaar. Ook bij Franck is de eerste periode er een van navolgen geweest; hij begon zijn voorbeelden te zoeken bij de Fransche meesters uit het einde van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw, zooals Monsigny en Méhul; wat later, koos hij Beethoven, wiens werken hij grondig bestudeerd had, tot model, en weer later onderging hij den invloed van de romantische virtuozen: Thalberg, Liszt en vooral Charles Alkan, dien hij buitengewoon vereerde. Van architectuur in den grooten zin van het woord, is in de eerste periode

Sluiten