Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

162

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

De Ontwikkeling der Symphonie tot Beethoven

door

K. P. BERNET KEMPERS.

III.

De vorm zooals zij door Philipp Emanuel reeds voor het eerste gedeelte zijner Sonates gebruikt werd, de hoofdvorm, werd door de Mannheimsche school niet alleen voor het eerste maar ook meestal voor het laatste deel harer symphonieën gebruikt. Slechts zelden vindt men het laatste deel in rondovorm. Ook Haydn's vroege symphonieën hebben meestal het slotdeel in sonatevorm. Later schrijft hij bij voorkeur rondo's, om op zijn ouden dag weer voor het einde een vrijeren Sonatevorm te verkiezen. Zoo werd in Mannheim de vorm voltooid, die slechts door geniale mannen behoefde te worden aangenomen om over de geheele wereld als de ideale vorm erkend te worden.

We zullen straks nog eenige elementen bespreken, die op het karakter van de thema's van invloed zijn geweest; daar evenwel de vorm niet meer veranderde voor den aanvang der 19e eeuw, zullen we bij hem nog even stil staan.

De symphonie bestaat in navolging van de Mannheimers uit 4 deelen: Allegro, Andante, Menuet, Vivace. Het eerste en laatste deel zijn veelvuldig in de z.g. Sonate of hoofdvorm gecomponeerd en het eerste deel wordt vaak door een langzame inleiding vooraf gegaan. Haydn laat deze introductie zeer zelden achterwege, in zijn jeugdwerken ontbreekt zij. Zij verhoogt het effect van den inzet van het allegro. Bij Mozart komt de langzame inleiding minder voor. De hoofdvorm bestaat uit 2 deelen, die beide herhaald worden. Het eerste deel begint met een thema in de toonsoort van het werk, moduleert daarop meestal naar den dominant of, indien de symphonie in een mineur toonsoort

geschreven is, naar de parallel in majeur; geeft in de nieuwe toonsoort öf het eerste thema opnieuw (nog bij Haydn en de Mannheimers dikwijls,) of een nieuw contrasteerend thema in de dominant of parallel toonsoort. Daarna sluit het eerste deel die nieuwe toonsoort af, soms (bij Haydn en Mozart) nog een nieuw thema brengend. Het tweede deel van den hoofdvorm bestaat uit twee deelen: de doorwerking en de reprise. De reprise is de licht veranderde herhaling van de expositie, nu evenwel wordt de hoofdtoonsoort niet meer verlaten. In de doorwerking wordt daarentegen sterk gemoduleerd, de themas worden contrapuntisch behandeld, motieven uit de expositie begeleiden ze, kunnen op alle denkbare wijzen tegen elkaar uitgespeeld worden, kortom de componist is geheel vrij in de doorwerking alles te doen wat hij wenscht, mits hij zich houdt aan de wetten die hij zichzelf schreef toen hij de themas voor de expositie vond.

Het langzame deel is in den regel in driedeeligen liedvorm geschreven, of is een thema met variaties. Soms ontbreekt het bij Haydn, b.v. in de symphonie „La Reine" waar het door een Romanze (Allegretto) vervangen is. Ook de symphonie militaire heeft als tweede deel een Allegretto, een andere symphonie heeft een Larghetto a capriccio.

Wanneer Haydn zijn langzame Satz in variatievorm schrijft, houdt hij ervan zoowel het thema in majeur als in mineur te laten hooren en beide te varieeren. Soms geeft hij een der strijkers een solopartij b.v. de viool-solo in de Es-dur en de celsolo in de c-moll symphonie, waardoor de afstamming van het concerto grosso duidelijk wordt.

De Andantes staan bij Haydn en Mozart in den regel in de toonsoort van den onderdominant.

Het menuet bestaat uit twee deelen, het menuet en het trio. Na het trio wordt

Sluiten