Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

181

verwarrend is zich een voorstelling te vormen en wat tot fatale oefeningen van den leerling aanleiding kan geven. Heeft de leerling door klankvoorstelling den overgang der registers op natuurlijke wijze gevonden, of op 't van nature bestaande voortgebouwd, dan zou eerst de tijd daar zijn om hem over registers te spreken, dan heeft hij niet meer te zoeken, dan weet hij wat hij doet. Dan kan de leerling uit 't praktisch kunnen door den innerlijken tastzin waarnemen, wat er gebeurt bij 't overgaan in een ander register.

De eerste registervoorstelling, zegt schrijfster, begint met toonaanzet; deze oefening kan beginnen met spreken. Men zegt b.v. met luide, diepe, tragische stem: „Alles ist aus". Men zal den harden keelslag voelen en 't gevoel hebben dat 't geluid diep uit de borst komt. Die waarneming zal een voorstelling geven van de borststem ; bovendien kan de leerling de hand op de borst leggen, om 't trillen van de borstkas waar te nemen.

De tweede oefening is niet meer dramatisch, maar vroolijk roepend: „Ida, Eva, warum eilt ihr so", op hoogen roeptoon in dalende terts b.v. Roept men duidelijk, dan zal de toonligging een hoogere zijn, de aanzet weeker. Gelukt de weeke aanzet niet, dan komt de harde keelslag; dan denke men den weeken aanzet maar zendt hem op 't laatste moment een luchtbal vooruit, als sprak men den klinker eerst stom om daarna in geluid over te gaan. Door dit voorzichtig aanpakken van den stemtoon zijn twee dingen bereikt, de weeke aanzet en de voorstelling van de middenstem.

Dan de hoofdstem.

Bij de borststem komt de tragische toon op den voorgrond, bij de middenstem de vroolijke toonaard, bij de hoofdstem moet 't teere verlangd worden.

Men fluistere eerst, zonder stemtoon, met toewijding: „O du" en lette op 't gevoel van lucht aan de lippen, dan op

zachte, teedere, hoogste toonligging „Hubert! Huon! Howarth!" Gelukt dit, dan heeft de leerling de hoofdstem, voorafgegaan door lichte, zwevende ademstroom (de h) gevonden.

Schrijfster waarschuwt tegen opdrijving van registers, vooral van 't borstregister. Zij acht noodzakelijk voor den leerling, na eerst een goede houding bij 't ademhalen bereikt te hebben en na voorbereidende oefeningen voor soepelheid en elasticiteit van de lichaamspieren, te oefenen met bewustheid hoofdstem en middenstem, donker en helder vokaalgebied, weeke aanzet, met en zonder voorafgaande ademzweving, het piano en de natuurlijke klanksterkte van het mezzoforte, de rein gevoelde fluitachtige hoofdresonanz en de middenstem met neusresonanz gewonnen. Zij acht noodzakelijk hoofd- en middenstem scherp naast elkaar te oefenen, om ze scherp van elkaar te leeren scheiden. Juist door de tegenstelling van deze twee toongebieden zal 't karakter van 't eene zich aan dat van 't andere louteren, reinigen en in de voorstelling bijzonder vast worden gelegd.

Mijn meening is, dat de voorstelling vast gelegd wordt op deze wijze; maar dat scherp naast elkaar oefenen van de verschillende registers zal de ineensmelting der registers bemoeilijken; waarom als 't ware eerst een breuk te maken, om die daarna weer met veel moeite te moeten overbruggen?

Na hoofd- en middenstem wordt eerst de borststem geoefend voorloopig met spreekoefeningen met open-donkere klinkers.

Als grondslag voor stemoefeningen hecht schrijfster, naar mijn meening zeer terecht, groote waarde aan spreekoefeningen.

Het wederzijds zich omvatten der registers en vooral het uitstrekken van de hoofdstem over den geheelen omvang der stem tot in de diepe stemligging toe is, wat men moet bereiken.

Ik heb eenige punten uit „Das bewusste

Sluiten