Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

282

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

Italiaansche vioollitteratuur hebben gevonden, maar de geest van het klavier leeft daarin niet minder dan in Chopin's en Liszt's ontleeningen aan Paganini.

De trekken zijner oorspronkelijkheid zijn legio; Combarieu's muziekgeschiedenis heeft er genoemd; Oscar Bie's Das Klavier und seine Meister heel wat meer details in een schitterende passage; haast evenveel andere waar te nemen zal nauwelijks een uur behoeven te kosten. Ik begin niet aan een opsomming; het einde zou te ver worden. Ook moeten wij nu maar niet spreken van zijn klavertechniek, waarin het volgens Ph. Em. Bach zoo gemakkelijke, toch naar ik mij herinner zelfs Consolo wel eens mislukte toontreffen met handoverspringen iets uit zéér veel eigenaardigs is. Ik wil alleen nog even op eenzijdigheid van samenvattende qualificaties wijzen. Scarlatti heet altijd luchtig en lenig, vlot en geestig, elegant en pikant. Toch kan hij bijna Chopin's melancholie voelen en haast Beethoven's troost. De smartelijkheid in een ook door Gluck's hoboklacht van Iphigenia treffende fis mol sonate (n°. 10 in Peters' waarschijnlijk tegenwoordig meestverbreide bloemlezing) grijpt aan, als men zich niet laat misleiden door Sauer's phraseering die de stijgende pijnverzuchtingen wegneemt. En vredigheid kent hij zeker even goed als luimigheid met flitsende fonkeling. Niet vreemd is hem het diepe, dat zijn gracieus briefje, gegeven in plaats van zwaren uitleg en gericht tot den mensch binnen den criticus, trouwens enkel schijnbaar verloochent.

Maar wij praten al veel te lang. Hoe dikwijls heeft ieder naar de piano gekeken ? Het is helaas niet de verbeterde klavicimbel waarvan Dr. Adolf Aber den of een volgenden keer ons zal vertellen. Maar Scarlatti wist, in één opzicht nog profetischer dan zelfs Bach, de deugden van onzen vleugel tweehonderd jaren vooruit. Ook dat zullen wij weer eens hooren.

v. W.

Het praatje van de maand.

Ik heb in mijn vorige praatje een beetje te vroeg hoera geschreeuwd! Toscanini komt! Jawel! Morgen brengen. Toscanini komt niet, men meende hem nu toch vast te hebben, doch op het laatste oogenblik schijnt er wat tusschen beide gekomen te zijn. De groote man die te Milaan is ziet blijkbaar geen kans er voor zijn vertrek naar Amerika nog een paar dagen uit te breken. Eerste teleurstelling in het pas begonnen seizoen. Zullen er nog meer volgen ? Zou bijvoorbeeld de Nationale Opera ? Op het oogenblik dat ik dit schrijf

is de toestand tenminste weer bedenkelijk. Er is een geschil gerezen tusschen de Directie en het reeds geëngageerde orkest over de betaling van de orkestleden. De heer Koopman heeft honoraria aangeboden, die zeven en een halven gulden per week minder bedragen dan die van het vorig jaar, doch daartegenover staat dat de heeren een vrijen dag meer zullen hebben; er zullen gedurende het seizoen ten minste veertig vrije avonden gegeven worden. Het Bestuur van den Bond van Nederlandsche orkest-musici heeft echter de voorwaarden van den heer Koopman niet willen aanvaarden en nu zou de heer Koopman trachten buiten den Bond om een orkest samen te stellen, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan; want de Bond die immers over geheel Europa verspreid is heeft de internationale Index uitgesproken over de Opera en haar directeur; mitsdien is het alle musici die in eenig West-Europeesch land bij een vakbond aangesloten zijn, verboden een betrekking bij den heer Koopman of de Nationale Opera te aanvaarden.

Maar stel dat vele buitenlandsche musici die den nood van den tijd voelen, eenvoudig den Bond den rug toedraaien en zich ondanks het verbod bij den heer Koopman aanmelden, zullen die dan het orkest vormen van de ons beloofde „zeer artistieke" Opera? Zal het orkest dat nu>

Sluiten