Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

180

Wij bemerkten echter nu reeds, dat zijn geluid die rondheid, die volle harmonie van klank mist, die het timbre van den vorigen bassist Pischer zoo aangenaam en welluidend maakte. Sommige toonen in het lage register klonken schoon. De voordracht scheen ons over het algemeen niet rustig, niet koninklijk-waardig genoeg te zijn; het majestueuse recitatief, dat op het ensemble in H-dur volgt, werd dramatiesch goed gezongen.

De verdiensten van den heer Reinhold, lyriesch tenor, Walther von der Vogelweide, hopen wij bij eene volgende gelegenheid te kunnen bespreken. Eeeds nu hebben wij een beschaafd, aangenaam geluid mogen hooren. Ook de heeren Kaps en Jary, Heinrich der Schreiber en Biterolf, bewaren wij voor een andermaal; alleen dit: zij waren niet storend, iets wat van hunne voorgangers niet altijd gezegd kon worden.

Mejufvrouw Harry, Elisabeth, heeft eene aangename en volle, welluidende, hoewel niet krachtige sopraanstem en een beschaafde voordracht — dat is alles; zeker veel, maar niet genoeg, om ons de figuur van Elisabeth terug te geven.

Van het dichterlijke, aetherische waas, waarin de componist zijne heldin gehuld heeft, had zij weinig begrepen, cle voordracht miste poëzie en warmte. Daardoor maakte o. a. het hoogpoëtische gebed geen irdruk. Ook de ziellooze, »kleine" voordracht van de belangrijke partij in het reeds meermalen genoemde ensemble in het tweede bedrijf, maakte, dat liet imposante muziekstuk niet die uitwerking teweegbracht, die het kon maken. Als het best gelukt noemen wij den middelsatz der eerste aria: »da er nus dir geschieden," en cle liefdesbekentenis in het daaropvolgend duet: »verzeiht, wenn ich nicht weiss, was ich beginne". Ook het spel miste cle poëzie, voor dezen rol vereischt, en dramatische kracht, vooral op het oogenblik, waar Elisabeth als eene gewonde leeuwin Tannbimser en cle verwoede ridders van elkander scheidt. Wij hopen spoedig gelegenheid te hebben, de zangeres, die zeker grootere verdiensten bezit, dan wij Woensdag mochten opmerken, te leeren kennen in een rol, die beter voor baar geschikt is Aan mejufvrouw Hysel, Venus, was eene ondankbare en ongelukkige partij tebeurtgevallen. Zooals wij haar nu hoorden, mocht zij ons in geen enkel opzicht voldoen. Wij brengen dat op rekening van hare vrij onmuzikale partij, zoowel als van hare stem , waarvan de hooge toonen onaangenaam en scherp, de lage zwak en dun klonken (stief in der Erde warmenden Sehooss"). Antipathiker taak voor eene zangeres, clan deze Venuspartij , is wel moeilijk denkbaar. De figuur vindt hare belangrijkste karakteristiek in het vreemd-grille licht, waarin zij geplaatst is, in het fantastische koloriet, waarmede het orkest den Venusberg schildert. Waaide godin der liefde zelve optreedt, heeft zij uiterst onliefelijke en moeilijke recitativen en arioso's te zingen , die kwistig bedeeld zijn met zonderlinge en onzangbare harmonieën en intervallen. De kleine solo in de laatste acte werd haar en ons bespaard. Aan mejufvrouw Hysel een totweerziensgroet onder dezelfde voorwaarden, als aan mej. Harry. Wij hebben den heer Alexy, bariton, »pour la bonne boucLe" bewaard. Zanger en acteur deden aan cle schoone en edele partij van Wolfram recht wedervaren. De stem is klankvoL rond, de zanger is zijn geluid geheel meester, en laat het nu eens mannelijk krachtig, dan eens smeltend week klinken, naarmate cle stemming het vereischt. De heer Alexy deed zich als een kunstenaar aan ons kennen, die volkomen in zijn rol is doorge¬

drongen, en ons dien geestvol opgevat weergeeft. Dat bewees de voordracht van cle weemoedige romance in het eerste bedrijf, van de solo's in den zangerstrijd, vooral van cle eerste in Es, van het roerende recitatief, waarmede cle derde acte begint, van het Abendsternliccl, en van de slotscène met ïannhauser. Elk van die nommers werd met rijke nuanceering en juiste kleur voorgedragen. Wat betreft zijn overigens verdienstelijk spel, hebben wij den baritonist slechts dezen raacl te geven: dat hij de beide armen wat minder dikwijlshorizontaal uitstrekke. Eéne omstandigheid heeft ons dikwijls het genot bedorven: de zanger detoneerde soms hinderlijk, het meest in de Es-dur solo in den zangerstrijd. Een groot deel van de schuld hiervan ligt aan de piano, waarmede wij ons in dit seizoen als ruil voor eene harp schijnen te moeten vergenoegen, en die niet stemde met het orkest. Detoneeren — daarop vergastten de heeren koristen ons terdege! Daardoor bedierven zij o. a. het koor der wegtrekkende pelgrims in de eerste acte, waarvan het effect anders schoon zou geweest zijn, daar het nuanceeren voortreffelijk was; evenzoo het koor bij hunne terugkomst in het laatste bedrijf; ergerlijk! En cle tenor in het midden van zijn groote verhaal ! >;Hoe jemmer!" dachten wij soms ; immers hoe veel goeds werd ons door dat treurige detoneeren onthouden. Het ensemble van koor en orkest in den marseh was lofwaardig, maar het koor is na verleden jaar in aantal zeer verminderd, vooral het vrouwenkoor.

Het orkest verdient over het algemeen lof en eer; toon, schakeering en discretie vielen te roemen. Vooral het koper hield zich ferm, en blonk uit door schoonen, ronden klank, met name in de instrumentaal-inleiding deiderde acte, zonder ooit misbruik van kracht temaken (adres aan ons haagsche orkest). De kapelmeester, de heer Seidl uit Breslau, heelt ons zeer voldaan door zijne rustige en toch energieke, vaste leiding. Het nemen der mouvementen was nu ook beter clan onder de directie van den heer Saar; wij noemen slechts het overdreven inhouden bij de entree van het koper in het begin der ouverture, en het slepende mouvement van den marschsatz in G-dur , vreemdheden , die nu gelukkig verdwenen waren. Ten slotte moeten wij protesteeren tegen de coupures, die met kwistige hand in Wagner's partituur zijn aangebracht. Wij hebben niets tegen bekortingen , die aan de gedachten van den componist geen afbreuk doen, misschien meer eenheid en geslotenheid aan een muziekstuk geven en daardopr heilzaam werken kunnen. Zoo kunnen wij ons vereenigen met de weglating van verschillende gedeelten in de Venusbergscène , die toch al weinig muzikaal-bekoorlijks oplevert; ook met de bekorting van het mannenensemble waarmede de eerste acte sluit, en van het slot van het groote ensemble in H-dur, waardoor deze belangrijke muziekstukken niet aan beteekenis verliezen, en aan geslotenheid winnen. Maar daarentegen trekken wij krachtig en warm te velde tegen willekeurige en ongemotiveerde coupures, die een kunstwerk uit zijn verband rukken . en cle gedachten van den componist verdraaien of uitwisschen. En van dien aard zijn de meeste in »Tannhüuser"; de serie van Wagner's opera's, die met genoemd werk begint, duldt slechts uiterst zelden bekortingen, en dan nog alleen zeer zorgvuldige, nooit willekeurige, zooals 11. Woensdag bet geval was. Een enkel voorbeeld uit vele. Het pittoreske contrast tusschen het wegstervende pelgrimskoor en den naderenden jachtstoet gaat verloren, wanneer het intermezzo voor de horens vervalt. De lange instrumentaal-inleiding tot de derde acte, de schildering van des zangers lijdens-

Sluiten