Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

826

DE HOLLANDSCHE REVUE.

vaderen en heilige conciliën, door de geloovigen van Christus wordt geloofd, onderhouden, geleerd en overal gepredikt. Maar dat de voor het ongeletterde volk moeilijker en meer diepzinnige vragen, welke niet medewerken tot stichting en waardoor meestal de vroomheid niet wordt bevorderd, uit de preeken voor het volk zullen uitgesloten worden. Dat zij niet toestaan, dat datgene, waarvan men onzeker is of wat een schijn van onwaarheid heeft, wordt verbreid of behandeld. Dat zij verhinderen datgene, wat een zekere weetgierigheid of bijgeloovigheid ten doel heeft of naar vuil gewin riekt zoowel als datgene, wat den geloovigen ergernis en aanstoot geeft. Dat de bisschoppen er echter voor zorgen, dat de godsdienstige verrichtingen der op aarde levende geloovigen, namelijk de misoffers, de gebeden, de aalmoezen en andere vrome werken, welke dooide geloovigen plegen gedaan te worden voor de gestorvene geloovigen, volgens de verordeningen der Kerk, vroom en devoot geschieden; en dat hetgeen den afgestorvenen verschuldigd is krachtens stichtingen van aflaters of eenige andere reden, niet luchtigjes, maar ijverig en nauwkeurig worde volbracht door de priesters en dienaren der Kerk en anderen, die verplicht zijn dat te verrichten."

Uit dit besluit blijkt dus, dat de Roomsche kerk leert:

I: dat er een Vagevuur is; II: dat de leer van het Vagevuur gegrond is

a. op de H. Schrift;

b. op de overleveringen der Kerkvaders.

III: dat deze geleerd is door de Konciliën;

IV: dat degenen, die in dat Vagevuur zijn, geholpen kunnen worden door de hulp der geloovigen:

a. gebeden, aalmoezen en andere vrome werken;

b. het misoffer.

De heer M. Lindenhorn, predikant te Babyloniënbroek, gaat nu in het tijdschrift: „Marnix" („Protestantsche Stemmen", afl. 1, 2 en 3) deze verschillende punten één-voor-een na. Ten eerste dus: er is een Vagevuur (purgatorium, iguis purgatorius). Vagevuur = zuiverings-, reinigingsvuur (vagen, vegen, zuiveren, reinigen).

Wat is het Vagevuur?

„Het is een zuiveringsvuur, waar de zielen der der vromen voor een bepaalden tijd door pijnigingen gezuiverd worden, opdat de ingang in het eeuwig vaderland, waarin niets, wat bezoedeld is, ingaat, hun kunne openstaan." ')

De zielen der geloovigen (d. i. dergenen, die staan in gemeenschap met de Kerk en hare heilsmiddelen) gaan niet reehtstreeksch naar den hemel, tenzij zij zoo sterven, dat zij niets meer te betalen of te zuiveren hebben. Niets meer te betalen of te zuiveren hebben de geloovigen, die in de biecht de priesterlijke absolutie hebben ontvangen voor

l) Cat. Romanus.

j de na den Doop begane doodzonden en de hun ! daarbij opgelegde „kanonieke genoegdoeningen" hebben voldaan en die ook voor hunne vergefelijke zonden hebben genoeggedaan. Zij nu, die in doodzonden sterven, gaan naar de hel; maar diegenen, die niet met doodzonden, maar met tijdelijke zondenschuld beladen sterven, gaan naar het Vagevuur. Nu! naar de hel zullen niet vele geloovigen gaan; immers om daar uit te blijven, < behoeft men voor zijn dood den priester slechts ! te laten roepen, zijn doodzonden te biechten en absolutie te ontvangen, terwijl het laatste oliesel bovendien de vergeten doodzonden vergeeft. Naar het Vagevuur des te meer, daar er maar weinigen zullen zijn, die bij hun dood ; al huu tijdelijke zondenschuld hebben voldaan. 1 „Het schijnt dan ook tot de gewoonten der Roomsche kerk te behooren, bijna al hare volgelingen daarheen te zenden en — nóg grooter wonder! — : priesters, bisschoppen en Pausen worden er evenzeer heengezonden, om hunne kudde in deze groote vergaderplaats der zielen gezelschap te houden, en hunne zoogenaamd vergefelijke zonden in de vlammen van dien tusschenstaat af te 1 wasschen". ')

En de Kerk kan dit doen, daar immers niemand | op de aarde van zijne zaligheid zeker kan zijn. Nochtans is dit Vagevuur geen plaats, waar de zielen eeuwig blijven, maar een tusschenstaat, waarin ze, naar gelang der nog te boeten schuld, korter of langer blijven, om gereinigd te worden en geschikt gemaakt om den hemel binnen te I gaan. Die reiniging heeft plaats door pijnigingen, ; door lijden, waarmee ze aan de goddelijke rechtvaardigheid voldoen.

„Het wordt door de theologen beschreven als een wezenlijk tastbaar vuur, maar waarmee het i geheel eigenaardig gesteld is".2) De katechismus j voor het bisdom Brugge (1898) antwoordt op de ; vraag: „Wat heet gij het Vagevuur'?": „Eene plaats onder de aarde in dewelke de zielen der ; geloovigen door het vuur en andere pijnen ge; zuiverd worden van al hunne zonden en schul! den." Men moet het zich dus voorstellen — gelijk ■ Snijder zegt — „als eene gematigde en tot iets ! tijdelijks verminderde hel".

Secundo: de leer van het Vagevuur is gegrond i op de H. Schrift.

Wat is de H. Schrift?

Het concilie van Trente, zoo lezen we dan, antwoordt in het „Decretum de canonicis scriptu-

I ris": het concilie meent den index der heilige

boeken in dit decreet te moeten vaststellen, opdat niet langzamerhand bij iemand twijfel kunne ontstaan, welke zij zijn, die door dit concilie worden erkend. Het zijn de navolgende: van het

1) Dr. J. Begg: „Rome veroordeeld", Blz. 184.

2) Hofmann Symboliek blz. 91 noot 2 vgl. Hagenbach: „De ontwikkelingsgeschiedenis der Christelijke leerstukken, Blz. 697 en 698.

Sluiten