Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KARAKTERSCHETS.

835

dit koffiehuis naar den naam van den Duitschen eigenaar genoemd, ofschoon 't, meenen we, officieel een anderen naam droeg — in dit milieu van Lincke dan, trof men iederen avond eèn

Kan van „Rozenburg"-porselein. (Uitgevoerd door den heer Van Rossum.)

talrijk kontingent jonge artiesten aan, die dan de tafeltjes van Schaepman en van de ambtenaren in beslag namen of zich bij het raam in de Veenestraat, achter het groene gordijn, nestelden.

Voor het overgroote deel waren het jeugdige beginners, schilders en schrijvers, streevers, die nog een eigen weg zochten en wier. eerste werken juist waren geëxposeerd of met moeite in een tijdschrift waren opgenomen. Ouderen kwamen er ook wel eens. En zoo herinneren we ons uit die dagen o.m. Dr: van Meurs, leeraar aan het Gymnasium en groot musicus tevens, die op de Diligentia-koncerten mede de overwinning van Wagner had helpen bevechten tegenover Verhulst, die toen als leider moest aftreden, en aan wiens oordeel, ook in litteraire aangelegenheden, w-ij, jongeren, veel hechtten, juist in die dagen van Zola, de Goncourt en Huysmans; ook Wisselingh, met het geheimzinnig lachje in zijn baard, kwam er wel eens, weinig zeggend, Wisselingh, die het geluk had gehad het „Bruidje" en nog eenige andere stukken van

Thijs Maris uit Londen mee te brengen, die we in zijn kunsthandel in den hoek van het Buitenhof in een sport van eerbiedigen pelgrimstocht gingen bezichtigen; en ook Willem Maris liet zich er af en toe eens zien, maar, toch zeer sporadisch.

Het jongere element voerde er echter den boventoon. En om eenige der meest bekende namen te memoreeren, willen we alleen maar vermelden, dat men daar meer of minder dikwijls aan kon treffen: Breitner, Zilcken, De Bock, Bauer, de Zvyart, Van de Maarel, Josselin de Jong en Ary Prins, die juist bezig was onder den naam van Cooplandt eenige realistische schetsen uit te geven, welke later onder den gezamenlijken titel van „Uit het Leven" in een zeldzaam geworden bundel werden verzameld.

De „Amsterdammer" (het weekblad, dat toen nog niet den bijnaam van „de Groene" had), waarin Van Deyssel zijn tooneelkritieken schreef en Verwey onder den pseudoniem van Homunculus medewerkte, werd door dit klubje artiesten druk gelezen, evenals de sinds dien overleden „Portefeuille" van Taco de Beer. En een deiamusantste oogenblikken bij die avondontmoetingen achter een potje bier was, wanneer A. C. Loffelt weer eens een recensie over een schilderijen-

Een porseleinen pul van „Rozenburg". (Uitgevoerd door den heer Schelling),

Sluiten