Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

9

begrip. Hij trachtte het publiek wat te leeren, ook goede manieren, onthouding van gesis en ontijdig applaus, welke vlegelachtigheden men in smoking bedreef, zoodat hij zich over zijn deftig getoiletteerd maar niet zoo heel welopgevoed Moedertje Moskou schaamde voor de vreemdelingen ; in zulke lessen vereenigde hij scherpheid en bonhomie. Vertolkingen beschreef hij suggestief, inzonderheid Adelina Patti's kinderlijke maar ondanks de gewone bewering geenszins ongevoelige kunst en Christine Nilsson's ideëel vrouwelijke. Zijn waarschijnlijk groote betrouwbaarheid in zulke voorstellingen kan men afmeten naar een mooie teekening van Hans von Bülow's universeele techniek en objectiveeringsgave. Maar wij moeten zijn indrukken van componisten verder zien. Die zijn gedeeltelijk heel eigenaardig. Handel kon hij volgens Laroche niet uitstaan en Bach weinig; het laatste wordt gestaafd door zijn Bülow-feuilleton: de Chromatische Fantasie was hem een worstelen der verbeelding van den ouden meester in de klem der traditie. Mijn gegevens laten Haydn en Schubert missen. Genegenheid doen ze noch voor Berlioz noch voor Liszt vermoeden. Bij Chopin vond hij veel onbehaaglijks, en toen Laroche zeide: je lijkt wat op hem, daar zal 't vandaan komen, antwoordde hij kalm: dat kan wel wezen. Maar lang niet altijd was een meening van hem onherroepelijk. Over Brahms, die hem nooit sympathiek werd, vernemen wij later iets dat stellig juister is dan: hij schrijft vlot, behendig en zuiver maar zonder een spoor van zelfstandigheid een eindeloos gevarieer op klassieke thema's. Verdi beoordeelde hij naderhand ook beter dan toen hij na kennismaking met Aïda verzuchtte: menige zonde van draaiorgeldeunen was hem te vergeven om zijn teederheid en zijn genie; nu heeft hij nieuwe middelen gewonnen en zijn inspiratie verloren, een nieuwen weg ontdekt en 't is die van Wagner.

Gounod kreeg zijn erkenning na 't voorbijgaan van een wrevel over de Faustrage. Mode scheen hem ook de Mendelssohn-vergoding zoowel als de gevolgde verguizing. Hij vergeleek Mendelssohn met een steeds keurig en onopzichtig gekleed en gekapt, lichtelijk en exquis geparfumeerd, gracelijk en beminnelijk causeur, wiens onveranderlijke chic en charme kunnen vervelen in den dagelijkschen omgang, maar hij noemde hem een uiterst individueele figuur en een model van onfeilbare stijlreinheid. Hier is een voorbeeld van langzamerhand algemeen geworden inzicht dat hij vroeg heeft geopenbaard, en niet het eenige, behalve dan een levendige waardeering van Auber in luchtig werk en een betrekkelijke verwerping van Meyerbeer's 1'Africaine. Hij had zoover als het tegenwoordige besef reikt Schumann's beteekenis doorgrond, zwakheden ook maar de kracht het diepst, al vergiste hij zich soms in zijn opmerkingen, waarvan wij ditmaal niet zonder ontoelaatbare breedvoerigheid kunnen spreken. Over een onderschatting van kleineren zooals Rheinberger, Henselt en Ferdinand Hiller (= nul taxeerde hij de laatste twee) mogen wij zeker zwijgen.

In '75 kon hij bestaan van zijn onderwijsbetrekking (waarvoor hij met succes een harmonieleerboek had gemaakt) en van zijn vrijen arbeid. Dus verliet hij de courant. Maar die zou nog eens zijn medewerking hebben, in het jaar daarna, het Ring des Nibelungen-jaar.

Hij schreef een inleidend artikel, niet met de nu te vorderen kennis maar goed voor dien tijd, en vervolgens brieven in de feestspelplaats, het aanschouwelijke verhaal van een knap journalist die materieele tragicomische bijkomstigheden als een zoekende gelaatsuitdrukking van de rondwarende, vergeefs naar eet- endrinkgelegenheid speurende gasten ook tot het onderwerp rekende maar terdege bewustheid toonde van de Bayreuthsche gedachte.

Sluiten