Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

rhythmus der breking zoo gecompliceerd. In het Prei. G. gr. t. wohltemperirte klav. is de rhythmus

dus telkens één maatdeel stijgend en drie maatdeelen dalend, waaruit de rhythmus ontstaat:

h I I N I • 0 • \ 0 0 •

De opvatting

op maat zwaartepunt moet afgewezen worden, de figuratie en de daaruit voortvloeiende syncopische rhythmus moet opgevat worden als een versiering van den één maat lang durenden melodietoon. Riemann's al te dogmatische fraseeringsleer heeft in dit opzicht veel verwarring gesticht.

Hetzelfde syncopische karakter hebben ook de slotmaten van dit Preludium, doch dan

J J £1/ J ^enz-

{Wordt vervolgd.)

IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIHIIIIilllllll! Illllllll Illllllllllllllllllll Illlllllllllllülllll

Fransche paedagogische Muziekliteratuur

door

WOUTER HUTSCHENRUYTER.

a.1 Emile Darand: Traité complet d'Harmonie, Théorique et Pratique. Pr. net. 25 frs.

a. 2 Réalisations. Pr. net. 15 frs.

b. Emile Durand: Traité de composition musicale. Pr. net. 25 frs.

c. Emile Durand: Traité d'accompagnement au piano.

d. N. Rimsky~Korsakoff: Traité d'Harmonie Théorique et Pratique. — Traduction Frangaise de Felix Dorfmann. Pr. 12 frs.

e. E. Ratez (Dir. Conserv. Lille) Traité d'Harmonie Théorique et Pratique.

f. E. Ratez: Traité élémentaire de Contrepoint et de Fugue. Pr. net. 8 frs.

g. A. Savard: a. Etudes d'Harmonie pratique. b. Les mêmes réalisées.

(Al de bovengenoemde leerboeken: Uitgaaf van Alphonse Leduc te Parijs.)

h. Théod. Dubois: Traité d'Harmonie Théorique et Pratique. — Pr. 20 frs. (Paris: Au Ménestrel—Heugel.)

De bespreking van deze leerboeken geschiedt n. m. m. het best in ééne samenvatting, want behoudens kleine verschillen, toonen ze alle dezelfde goede, neen! uitmuntende eigenschappen. Alle zijn zij grondig, logisch opgebouwd, geven blijken van de volledige kennis van zaken der schrijvers, vermijden alle dorheid, en zijn geschreven op een aangename, vlotte manier, en in een stijl die — jammer genoeg ! — aan de meeste Duitsche leerboeken vreemd is.

Mij persoonlijk — wij hebben toch allen onze preferenties! .— zijn de boeken van Durand het liefst. Zij zijn zoo merkwaardig compleet, laten in hun welgeordende uitvoerigheid geen „geval" onbesproken, geen mogelijkheid onverklaard, en schenken hem die ze grondig heeft leeren kennen, de overtuiging dat de studeerende, door hen geleid, onfeilbaar zeker langs den goeden weg, tot het beoogde doel komt.

Mijn hierboven uitgesproken voorkeur vatte men niet op als een afkeuring van de andere boeken. Zooals gezegd: goed zijn ze alle, en in elk boek vindt men weer iets bizonders; zoo, in dat van Dubois — aan 't eind — een uitvoerig en volledig overzicht van alle intervallen en accoorden; zoo, in de compositie-leer van Durand een aantal voorbeelden uit de Fran-

Sluiten