Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

117

richtingen druk bezocht werden, waar alle vakken van muziekonderricht behandeld worden door een vrij groot leeraars-personeel.

Als pianist heeft hij zich terecht naam gemaakt, hetgeen te hooger te waardeeren is omdat hij niet enkel voor het virtuozenberoep kon leven, doch zijn tijd hoofdzakelijk door het onderricht in beslag werd genomen.

Zoo gaf hij vioolsonaten-avonden met den violist A. A. Polak, op welke avonden steeds nieuwe werken werden bekend gemaakt.

Eenige keeren gaf hij een reeks pianoavonden, waarin alle pianosonaten van Beethoven werden uitgevoerd (alles uit het hoofd), een taak waartoe maar weinig virtuozen instaat zullen zijn.

Belinfante schreef ook een „Leiddraad bij het onderwijs in de muziekgeschiedenis", hetwelk in beknopten vorm een goed overzicht van de ontwikkeling der muziek geeft, praktisch zeer bruikbaar is, en dan ook meermalen herdrukt moest worden.

In de zomerdagen van 1897 kwamen Ary Belinfante en schrijver dezes van een uitvoering van leerlingen der orkestschool en zetten ons nog een poosje voor het oude American-hotel op het Leidsche plein.

Het gesprek kwam over muzikale toestanden te loopen en de wenschelijkheid van aaneensluiting van hen die onderricht verstrekken.

Het resultaat van dien avond was, dat bij ons het voornemen vaststond, pogingen in het werk te stellen om een vereeniging te stichten van muziekonderwijzers en -onderwijzeressen. Na nog eenige besprekingen ging van ons uit een oproeping daartoe, tot titel hebbende „Een voorstel," welk stuk geplaatst werd in het „Weekblad voor muziek" (No. 46 van 13 Nov. 1897). Na ontvangst van vele instemmingsbewijzen werd een circulaire door ons gezonden aan de meest bekende musici van

Amsterdam, waarbij zij werden opgeroepen tot een vergadering. Deze vergadering (dus de eigenlijke oprichtingsverg.) werd gehouden op 15 Februari 1898 en daarmede was de „Vereeniging voor muziekonderwijzers en -onderwijzeressen" geboren. Hieruit is gegroeid het „Nederlandsch muziekpaedagogisch verbond", waarvan wij in 1923 het 25-jarig bestaan gevierd hebben met een tweedaagsch congres in de Aula der Universiteit te Amsterdam.

Van af de oprichting is Ary Belinfante voorzitter geweest en heeft dit ambt met respect afdwingende vaardigheid en kunde vervuld.

Veel is er in die 25 jaar door het Muz. Paed. Verbond reeds tot stand gebracht, doch veel is daarbij ook dat op initiatief van Belinfante geschiedde.

Redacteur, eerst van het „Orgaan", daarna van het „Muziekpaedagogisch Maandblad", van den beginne af tot nu, met slechts eenige jaren onderbreking.

Een lange reeks van waardevolle artikelen verschenen daarin van zijn hand.

Veel heeft hij dus voor het „Verbond" gedaan, waarom men hem met dankbaarheid zal blijven gedenken.

Hoe men ook over hem moge denken, een ding staat vast: met Ary Belinfante is een figuur, een persoonlijkheid heengegaan, een persoonlijkheid die gemist zal worden en wiens plaats met moeite door anderen zal kunnen worden ingenomen.

Zijn begonnen werk over rhytmus (waarvan in Caecilia-Muziekcollege het begin verscheen) zal dus niet voleindigd kunnen worden, evenmin zijn kritische beschouwingen over Beethoven's sonaten, waarvan in het „Muziekpaedagogisch Maandblad" het begin verscheen.

Jammer genoeg! J. H. GARMS Jr.

Herman Meerloo. f Weinig uren na Belinfante's dood ontviel ons weer een voortreffelijk musicus Herman Meerlo, de solo-altist, welbekend,

Sluiten