Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

146

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

Over het mannelijk kopregister en zijne ontwikkeling tot „voix mixte"

door

Dr. phil. CARL KLUNGER, Dresden (Saksen). Vertaald door W. N. VLAMING.

(Slot),

Om deze reden berust de groei van de kopstem tot „voix mixte" op de ontwikkeling der actieve kunstuitademing, welke zooals boven gezegd, door koptoonoefening automatisch tot stand komt. Het ééne is het onmisbare vereischte voor het andere. In verband hiermede schijnt de leerling, die den koptoon oefent, half bewust half onbewust zich iets eigen te maken, wat anderen nooit bereiken, doordat een onjuiste methode hen verplicht, hun studiën met den borsttoon te beginnen.

Deze laatste evenwel vereischt een vorm van kunstuitademing, die zelden of nooit aanwezig is bij het begin van de zangstudie.

Evenals door het veelvuldig oefenen van den koptoon langzamerhand de physieke gewaarwording van de toenemende resonans ontstaat, zoo ook verschaft het den zanger het gevoel voor de juiste uitademing. Het verschil tusschen de uitademingstechniek van den koptoonzanger en die van den zanger welke foutieven borsttoon zingt, is even groot, als het verschil tusschen deze beide wijzen van toonproductie zelf. Terwijl laatstgenoemde zich niet bewust is van den weg, welke de adem moet nemen om de hoogste resonans te verkrijgen, gelukt het eerstgenoemden om aan de eischen voor juiste en schoonklinkende toonvoortbrenging, berustend op zorgvuldig gecontroleerden adem, met bijna mathematische zekerheid te voldoen. De stugge en ruige stem, welke het resultaat is van foutieve borsttoonproductie, zal een compressie der lucht steeds onmogelijk maken, daar deze de holten van de mond en de keel zoo snel mogelijk verlaat, zonder hunne resonansmo-

gelijkheden te benutten; de zachte en weeke koptoon evenwel, leert eensklaps hoe de adem geleid moet worden om tot een juiste toonvoortbrenging te komen.

Ik leg den nadruk op het feit, dat uitsluitend door koptoonoefening deze juiste weg, die de adem nemen moet, geleerd kan worden. Het is een gewaarwording, welke geheel en al verschilt van die, welke ontstaat, als foutieve borsttoon gezongen wordt. De lucht schijnt niet uit de borst te komen, de keel te passeeren en dan uit den mond te stroomen, maar het is alsof zij achter het hoofd vandaan komt, dan rondom het hoofd heengaat om dan plotseling haar loop te eindigen in het bovenste gedeelte van den neus en het benedenste deel van het voorhoofd. Vanaf dit oogenblik schijnt de ademhaling te zijn onderbroken. Het is alsof de adem een holte heeft gevonden welke hem te goed beschut, dan dat hij onbewust en onwillekeurig zou kunnen ontsnappen. De tegenstelling tusschen deze ademhalingstechniek en die, welke afgeleerd moet worden, is zeer opvallend en in het begin weet de leerling den grond daarvan niet aan te geven. Hij gevoelt slechts, dat zijn begrippen op dit punt volkomen gewijzigd worden.

Zonder dat men een enkelen toon zingt kan toch de nieuwe weg, welke de lucht neemt, tot bewustzijn gebracht worden alleen al doordat men zich voorstelt een koptoon te zingen. Want men kan niet ontkomen aan de gewaarwording dat men moet gapen, of tenminste dat men het zachte gehemelte een weinig moet optrekken en dit bewijst, dat aan datgene, wat voor kunstzang vereischt wordt, op de juiste wijze is voldaan. Wanneer het zingen van den koptoon de hoogste trap van volmaaktheid heeft bereikt, heeft de zanger het gevoel, of zijn inwendig gehoor gevuld is met een klank, welke gelijk is aan dien, die wordt waargenomen bij het gapen.

Sluiten