Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

157

midden vergezelt. Het is weldadig bij de gedempte strijkinstrumenten der aanminnige bruidsaria voor alt, Wohl euch, in dien anderen Pinkster-zang met den goudig vlammenden aanhef O ewiges Feuer, o Ursprung der Liebe. Het is wonder-teeder ontroerend in Liebster Gott, wann werd' ich sterben, waar het koor zingt van korten tijd arm en ellendig op aarde zijn en dan zelf tot aarde worden, maar onderwijl kweelende nachtegaaltoonherhalingen boven een zacht schalmeienlied en pizzicatoklokjesgetokkel van de schoonheid der aarde schijnen te vertellen, en heerlijk waar uitbundige verrukkingsmelodieën vliegen hoog over een basaria der zaligheidsverwachting. Van lente spreken ook met innigheid der oboi d'amore pastorale cantates, die de stil-heldere g duur-tonaliteit der herdersepisode van het Weihnachtsoratorium hebben, zooals Der Herr ist mein getreuer Hirt en Du Hirte Israels, höre. De getuigenissen over het tweede vers van Psalm 80 schonken door 't beginkoor misschien Wolf-Ferrari den engelendans van La vita nuova, verheerlijken in een basaria met vollen melodiestroom een aardschen hemel en gaan van d duur tegen de regelmaat niet naar g terug maar zetten het slotkoraal in a duur-glans. Ik nam wat mij het eerst inviel. Het is voor één nog lang niet eens heelen dag al veel te veel. Maar wat ditmaal op de piano bleef liggen, overeind tegen den lessenaar stond de sopraan-solocantate voor een verlovingspartij, Weichet nur, betrübte Schatten, ook een compositie met g duursfeer, Hoe heb ik weer genoten, toen de nevelen van de Thuringsche beboschte bergen in strijkaccoorden gestadig optrokken en vervluchtigden en de winterwind neerzeeg en de schalmei begon te zingen van geluksdroom. Het verdere, waarin *t klavier met de sopraancoloratuur den zonnewagen laat rollen in galop en een viool het zwerven van Zephyrus en Amor helpt voorstellen, een hobo schert¬

send minnekoost met walsbeweging, een tutti-gavotte warm en sierlijk deheilwenschen zegt, is prettig, lief, gracieus, vertrouwelijk, hartelijk, maar de lentemijmering der wachtende natuur is gewijd.

Wij kunnen voor zulk een gedenking van 21 Maart ook wel buiten zangwerken. Alle voorjaarsstemmingen zijn in 't Wohltemperirte Klavier. Veel suggestiefs daarover geeft Riemann's besprekingenboek, de zoogenaamde Katechismus der Fugenkomposition, en iets gevoeligs (bij het e duur praeludium van 't eerste deel) ook Oscar Bie's Das Klavier und seine Meister, waaruit ik alleen het slotwoord van 't hoofdstuk aanhaal: Wir heute sind ja nur die Gemeinde dieses Priesters. Gemeinden genügt nicht der Geist des göttlichen Wortes, sie müssen es vor ihren Sinnen haben. Darum dürfen wir uns auf dem Pianoforte die ewige Hygiëne der Musik retten, die dieser Bach bedeutet und immer mehr bedeuten wird, je alter wir werden.

Het laatste blijft, ook als 't nieuwe Bachklavier in geen opzicht teleurstelten velen er een hebben.

Wat hij bedoelt met ouder worden geldt van den tijd waarin wij leven maar ook van onzen leeftijd. En gaan wij niet meer en meer van de lente houden bij 't ouder worden?

Dertig jaar geleden moest ik 's Maandagochtends vroeg de Betuwe doorsporen. Een heer met een langen witten baard kwam meerijden om den kersenbloei. Met een gelukkig gezicht zat hij stil uit te kijken.

Bach kan nog gelukkiger maken.

v.W.

11111111111111!!!!! Illllllllllllllllllllllllllllllllll Illlllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllll Illllillllllll

Het praatje van de maand.

Natuurlijk heeft men al uit de dagbladen vernomen, dat Max Orobio de Castro aan het Conservatorium voor Muziek te Amsterdam, als opvolger van wijlen I. Mossel is benoemd.

Sluiten