Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

Ko

wou, Door den douw, Soo souw boom en kruydt weer bloeyen.

schreef mij een Engelsch muziekgeleerde: „In England everyone is getting very much more interested in our old music than they have been since the 16th and 17th century." Wanneer mogen wij hetzelfde van Nederland zeggen?

Muziekbespreking

Van F. Pijlman is als een der kooruitgaven van De Harp een Kerstcantate verschenen, waarin Ds. IJ. D. Muller Massis een engel, een herder, Maria bij de krib en Simeon doet spreken en de zoo voorgestelde tafreelenreeks met engelenzangen opent en sluit. De tekst is wel eens meer gerijmd dan gedicht, maar loffelijk beknopt. Ook de componist betrachtte kortheid. Hij verbond de kleine koren en tenor- (of bariton-) en sopraansolo's tot een doorloopend geheel, dat met de gerhythmeerde wijs van Psalm 96 begint, verder een andere koraalstrofe brengt, en met een variant der eerste de siciliano-deining van twee stemmengroepen laat wisselen in een slotensemble, bekroond met herhaling van het nu mede door een vroeger afzonderlijk gehoord kinderkoor aangeheven Eere zij God. Voor de declamatie volgde hij liever den zin dan het vers, waar keus hem noodig leek, en zoo gelukten hem bij de woorden van den herder niet oneigenaardige, tevens goedvolksche periodevormen; men vindt daar bovendien een ongewoon expressieve wending tot gewag van den heugelijken nacht. In het algemeen is ook overigens de behandeling, die natuurlijk den ervaren practicus toont, vrij van sleur, al zijn moeilijkheden geweerd en de vocale partijen zelfs geen oogenblik door orgel of piano

losgelaten. Het melodieuze, bevattelijke werkje zal in de samenkomsten waarvoor het gemaakt is ongetwijfeld stichten en er muzikaal ontwikkelden niet mishagen.

J. A. H. Wagenaar in Utrecht heeft „Acht Oud-Hollandsche Liederen" uitgegeven, „voor een zangstem met piano bewerkt" door Willem Pijper. Bewerkt wil zeggen van begeleiding voorzien. Aan overgeleverde noten is, dunkt mij, niets veranderd, alleen eens voor een laatste couplet een meer volkomen slot toegevoegd. De wijzen zijn voor 't gemak van den lezer zorgvuldig met maatstrepen geredigeerd; in één geval beduiden cijfers boven den balk hoeveel kwarten de verschillende phrasen eigenlijk bevatten. Het instrumentale deel is naar men begrijpt stemmingenverklanking. Dezen auteur kon het niet om louter harmonisch determineeren te doen wezen. Sommigen zullen vreemd opkijken (minder „ophooren") van zijn dissonanten. Maar hij hield zich aan de toonaarden en deed verder wat hij, van tradities onafhankelijk, als illustrator (geen experimentator) moest. Hij gaf bijvoorbeeld in Daer staet een clooster verlangen, balladetrant en braveerenden trots, in Di May playsant lichte frischheid en klaarheid, in De winter is een onweert gast eenzaam bitter treuren, in DrieKoningen-Liet aanminnig-vredig wiegen, in Herders-zang den levenden maannacht, in Jesus' Bloemhof het aetherische vizioen, in De winter is verghanghen de geluksmijmering, in De drie ghespeelkens het droef-teere. Met behulp der middelen van de piano (daaronder subtiel pedaaleffect) verkreeg hij fijne bekoring en doordringende waarheid. En zou hij niet ook hier het recht hebben gehad om zelf zijn regels

Sluiten