Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

53

tusschen: Zweers kon best critiek verdragen en hij wist bovendien mijn bewondering voor zijn groote werken, voor zijn derde symphonie en zijn Gysbrecht van Aemstel-muziek die ik voor zijn best geslaagde, zijn compleetste stukken houd. En wat heeft hij voortreffelijke dingen in het kleine genre geschreven! Bij zijn liederen vindt men naast veel vluchtigs, dat al te gemakkelijk op het papier gebracht is, veel innigs en moois, dat zijn naam nog lang zal doen voortleven.

In den tijd toen het met onze Nederlandsche Toonkunst vrij droevig gesteld was, toen de componisten ten onzent schrikkelijk „liedertafelden", met allerlei slappe nabootsingen van Mendelssohn voor den dag kwamen, zoodat er verklaarbare twijfel heerschte of ooit een Nederlander erin slagen zou iets belangrijks te leveren, in die dagen verscheen Bernard Zweers als een jonge, sterke kracht die richting aan de Nederlandsche muziek geven zou; door zijn moedig voorwaarts gaan is het niet gelooven aan de mogelijkheid van een eigen Toonkunst verdwenen, is het Nederlandsche lied in eere hersteld. Mij dunkt: het Vaderland heeft reden de nagedachtenis van dezen zeer begaafden man in hooge eere te houden. Wij, zijn oud-leerlingen zullen hem zoolang wij leven met de grootste dankbaarheid blijven gedenken; met groote droefheid in het hart heb ik aan het doodsbed van mijn ouden leermeester en vriend gestaan.

WILLEM LANDRÉ.

* * *

Giacomo Puccini. f

Het bericht dat Puccini te Brussel een keeloperatie moest ondergaan, is na weinige dagen gevolgd door de doodstijding.

Hij werd 23 Dec. 1858 te Lucca geboren. Behoorend tot een toonkunstenaarsgeslacht (zijn vader, grootvader en overgrootvader waren aanzienlijke musici) had hij voor zijn roeping geen strijd te voeren. Hij maakte zijn conservatorium¬

studiën als Bazzini's en Ponchielli's leerling te Milaan en debuteerde daar in '84 met Le Villi. Vijf jaren later ging er zijn Elgar; '93 bracht Manon Lescaut; '96 La Bohème te Turijn; 1900 Tosca te Rome; 1904 Madame Butterfly te Milaan; 1910 La flanciulla del West te New York; '17 La Rondina te Monte Carlo; '19 drie werken van één bedrijf: II Tabarro, Suor Angelica, Gianni Schiocchi te Rome. Nog niet opgevoerd is Turandot. Hij heeft ook een Missa Solemnis, een paar cantates en een Capriccio sinfonico geschreven, verder veel kamermuziek, die het lexicon van Riemann-Einstein zonder eenige specificatie vermeldt; zoozeer uitsluitend geldt de belangstelling zijn opera's.

Ten onzent hebben alleen Bohème (de verdringster der toch niet zwakke van Leoncavallo), Tosca, Butterfly hem bekend en bemind gemaakt. Zijn uiting daarin is veelzijdig genoeg om verschillende meeningen over zijn richting toe te laten. Men kan hem evengoed Verdi's opvolger achten. Hij gelijkt Verdi zeker in onderwerpen-romantiek en personenindividualiseering, en gaat geen anderen weg als hij tracht buiten het stelsel van Wagner, maar hem niet angstvallig mijdend, den operastijl te bevrijden van vormendienst. Een instrumentale zelfstandige motiefontwikkeling onder 't vriendengesprek in Butterfly heeft al equivalenten in Traviata — waar men ook, tegenover die fijnheid, het voorbeeld van een naar ons begrip grof effect in Bohème kan vinden, ais het sterven van het teedere lijderesje wordt aangekondigd door een kopergalm en bij verstommende smart de sterkte der ontroering „weergaaf" krijgt met orkestgeweld. Puccini gebruikt natuurlijk den kleurenrijkdom der nieuwere harmoniseering en instrumentatie; hij treft de warmste tinten; en de kilste niet minder ; ieder herinnert zich uit Bohème den triesten winterochtend van den (in Tosca zonder denzelfden zin weer toegepasten,

Sluiten