Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN hET MUZIEKCOLLEGE

267

heid, die den mensch bevredigt, opwekt en van dagelijksche zorgen bevrijdt.

W. N. F. SIBMACHER ZIJNEN.

* * #

Hanslick, wien ook in het Datastukje van den vorigen keer een classiciteit is toegekend (door een zetfout staat daar elasticiteit) heeft de gehoopte meer uitvoerige herdenking spoediger dan ik verwachtte gekregen. Den schrijver dank.

V. W.

INIilllllllllllllllllllllM

Belangrijke Data.

1 Oct. f Henri Bertine 1798 — 1875.

* Paul Dukas 1865.

* Gustav Adolf Heinze 1820—1904.

* Jan H. L. Rijken 1857-1921.

2 „ * Pieter A. van Westrheene 1863.

3 „ * Woldemar Bargiel 1828—1891.

* Johanna van der Linde 1886.

5 „ f Jacques Offenbach 1819—1880.

* Klaas Veldkamp 1864.

6 „ * Karl Heymann 1854.

* Jan Morks 1865.

7 ,, * Felix August Bernard Draeseke 1835-1913.

* Jeanne Landré 1867.

* Gerard Zalsman 1871.

8 ,, f Francois Adrien Boieldieu 1775—1834.

* Heinrich Schütz 1585—1672.

* Felix Woyrsch 1860.

9 „ * Heinrich Albert Jahn 1814—1900.

* Camille Saint-Saëns 1835—1921.

* Guiseppe Verdi 1813-1901. f Richard Wuerst 1823-1881.

10 „ f Adolph van Henselt 1814-1889.

* Louis van der Laaken 1871 — 1911.

* Walter Niemann 1876.

* Jan Paardekoper 1875.

11 „ f Léon Boëllmann 1862-1897.

f Anton Bruckner 1824—1896.

* Friedrich Hegar 1841.

•j- Heinrich von Herzogenberg 1843—1911.

13 ,, * Peter G. van Anrooy 1879.

* MarinusAdrianus BrandtsBuys 1840-1911.

* Moritz Hauptmann 1792—1868.

* Karl Marten Reinthaler 1822-1896.

14 ,. * Camille Chevillard 1859.

15 ,, * Jac. van Kempen 1877.

Den volgenden keer zullen wij de vijftigjarige Nederlandsche Toonkunstenaarsvereeniging gelukwenschen. Eigenlijk heeft zij dien leeftijd al in Mei bereikt. Maar

toen lokte de lente naar buiten; dan noodt de herfst ter muziekzaal, dan wordt haar feest dus gevierd.

Er is ook nu voor haar een herinnering, die jaardag van haar vader Heinze. Den len October 1920, een eeuw na zijn geboorte, trachtten wij, geholpen door zijn mémoires en 't verhaal waarmee zijn dochter mevrouw Westermann ze heeft aangevuld tot het lieve boek Een Kunstenaarsleven, ons den beminnelijk-eerbiedwaardige duidelijk voor te stellen. Maar wij mogen hem nog wel eens gedenken: zóó kenmerkt het feit van 1875, als zijn daad, hem met den toenmaligen stand onzer kunst ten onzent.

Een Duitscher heeft de Nederlandsche Toonkunstenaarsvereeniging gesticht; een Hongaar en cosmopoliet de Duitsche. Maar Heinze hield zelve meer van Nederland dan Liszt van Duitschland.

Het was hem hier goed gegaan, boven verwachting na den benarden eersten tijd in Amsterdam, waar hij van Breslau via Dresden en zijn geboortestad Leipzig midden in den barren winter van 1850—'51 aangekomen als kapelmeester bij Röder's Duitsch operagezelschap, het treurig eind der onderneming niet kon afwenden, den hem door Meyerbeer voorgespeelden Prophet op den avond der première wegens eclips van onbetaalde solisten moest vervangen en Die Ruinen von Tharandt mocht opbergen, zijn eigen nieuwe dramatische partituur, de derde met libretto van zijn vrouw de zangeres Henriëtte Brüning Peuckert, die hem te voren Der Guerillahauptmann en Loreley had gedicht. Hij maakte zich niet bezorgd en kocht van een schipper een mooi hondje, 't evenbeeld van het te Dresden achtergelatene; heel zijn gezin bleek precies den prijs rijk, acht gulden. Het verdere zou zich ook wel schikken dacht hij. Maar op zulken voorspoed als hem ten deel viel zal hij niet gerekend hebben. Amsterdamsche vrienden van beteekenis had hij

Sluiten