Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

275

geschiedenishandboek; hij begon na zijn 70ste jaar een eigen tijdschrift en later een groote studie der hedendaagsche toonkunst.

Van Milligen zag in 't Nederlandsch musiceeren het Duitsch overwicht, ging tegenwicht vinden te Parijs en hield zich vrij van eenzijdigheid in zijn opera's (Brinio, door C. van der Linden meermalen opgevoerd en onderscheiden met de gouden medaille der Toonkunstenaarsvereeniging, die bij haar jubileum van 1900 zijn insgelijks bekroonde Darthula gaf), zijn vele kleinere composities, waarvan het kinderoratorium De Rattenvanger van Hameln, de Roemeensche liederen en de koorballade Snowa dikwijls werden gehoord. Hij bood als vrouwenkoordirigent goede Fransche noviteiten en verrijkte 't mannenkoorrepertoire met een Nederlandsche verzameling, die door eigen bijdragen ook waarde heeft. Liberaal en humaan recenseerend en prettig vertellend in feuilletons, diende hij jaren de journalistiek van onze kunst. Blijkens een monografie: De Kerkzang van de eerste Christelijke periode tot onzen tijd (met wenken voor juiste koraalopvatting) even bevoegd tot strengere beoefening harer historische wetenschap, schonk hij het eerst een in 't Nederlandsch niet vertaald maar gedacht en eenigszins uitvoerig werk over haar algemeene geschiedenis, en toen betrekkelijk spoedig een herdruk van dat genegenheidwekkende, mooi geïllustreerde, zeer suggestief, vooral persoonlijke beleving meedeelende boek noodig was, nam hij voor de bespreking van 't modernisme dat, zoo verklaarde hij, hem sympathiek is, maar door een jongere moet worden behandeld, tot medewerker een onzer sterkste vertegenwoordigers van die richting, Dresden, schrijver van Het Muziekleven in Nederland sinds 1880; I: de componisten ten, directeur van de Madrigaalvereeni-

ging en van het conservatorium der Maatschappij tot bevordering der toonkunst, en vice-voorzitter der Nederlandsche Toonkunstenaarsvereeniging. Wat haar voorzitter als leeraar vermag, weten, door zijn boek De ontwikkelingsgang der muziek, vele honderden, maar ook door zijn levend woord, in 't geheugen van Amsterdamsche conservatoristen, die zijn historiecolleges volgden, muziekschoolleerlingen, discipelen van gymnasium en H. B. S., waar hij de vruchtbaarheid van toonkunstlessen bewees, bezoekers van volksuniversiteits- en andere cursussen en lezingen, die hem blijkbaar niet vermoeien met vele reizen, waartusschen hij zijn artikel voor het tijdschrift der Muziekgeschiedenisvereeniging maakt, een droge stof opfleurend met gemoedelijk-vernuftige scherts.

De Nederlandsche Toonkunstenaarsvereeniging heeft en had steeds een jongblijvend hoofd. Wij wenschen haar hetzelfde jeugdbehoud. v- w-

jlllll IIIIIIIIIIIIIIIIIIII MINUI I Uil HU UIUIIIIIIUIIII lUIIIIIIIIIUIUIU

Het leven en werken der NEDERL. TOONKUNSTENAARSVEREENIGING

van 1875 tot 1925.

Nu wij het voorrecht hebben het gouden feest van onze vereeniging te herdenken, past een terugblik op hare geschiedenis en gevoelen wij behoefte ons even te verdiepen in den ontwikkelingsgang van deze eerste vereeniging van toonkunstenaars, wier levensgang wij van de oprichting af hebben gevolgd en medegeleefd.

Ten einde te begrijpen hoe zij ontstond is het noodig een blik te werpen op de muziektoestanden in de tweede helft der 19e eeuw.

Toen stond ons land geheel onder duit-

Sluiten