Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAECILIA EN HET MUZIEKCOLLEGE

279

zal worden uitgevoerd) en het derde deel van Bonifacius van Nicolaï. Toen was dus voor het eerst in ons land het besef doorgedrongen, dat men bij groote muziekfeesten aan onze componisten een ruime plaats moest verleenen. 2)

In dien tijd werden twee prijsvragen uitgeschreven voor Nederlandsche zangteksten met het oog op de beperkte keuze van gedichten in onze taal voor zangstukken. Bekroond werden: De Waterreus van }. H. S c h e 11 e m a en Snowa van P o 1 de M o n t.

Het eerste gedicht is — zoover ik weet — nooit gecomponeerd, Snowa door Henri Völlmar (die daarvoor een eervolle vermelding kreeg) en eenige jaren later door den schrijver van dit artikel.

Ook in de volgende jaren werden verschillende bekroningen uitgereikt, o.a. aan G. A. Witte, H. A. M e y r o o s, Theod. Verhey, Gottfried Mann, Bernard Zweer s, Jan Brandts Buys, Kor Kuiler e.a.

Ook werd een prijsvraag uitgeschreven voor een practische Zangschool, waaraan zes musici mededongen, doch waarvoor geen bekroning werd toegekend.

En thans komt een belangrijk feit de aandacht vragen: de stichting der muziekexamens.

Het bestuur ontwierp programma's voor muziekonderwijs voor solo-zang, koorzang, piano, viool.violoncel, orgel en andere instrumenten. A. Lager Onderwijs; B. Middelbaar Onderwijs; C. Hooger Onderwijs (voor Hooger Onderwijs heeft nooit iemand examen afgelegd en dit is later weêr afgeschaft).

In 1880 had het eerste examen plaats.

2) Met groote waardeering moet ook vermeld worden, dat de Heer Wouter H u t s c h e nruijter, toen hij in 1892 dirigent werd van het Uirechtsch Stedelijk Orkest, er dadelijk naar streefde ook werken van Nederlanders op zijn programma's te plaatsen. Daarvoor is hem toen door ons Bestuur hartelijke dank en hulde gebracht.

Daarbij werd de onderwijskunst op den voorgrond gesteld. Een twaalftal candidaten had zich aangemeld, waarvan eenige werden afgewezen.

Reeds enkele jaren later klaagt N i c o1 a ï in Caecilia, dat de candidaten te veel gedresseerd worden op het uit het hoofd leeren van titels van leerboeken en leermateriaal, zonder dat zij van den inhoud veel afweten. Ook vermeldt hij met teleurstelling dat de candidaten zoo weinig tehuis zijn in de belangrijkste werken der groote meesters en raadt allen aspirant candidaten aan, die werken — wanneer er in hun woonplaats geen gelegenheid is ze te hooren — voor vier handen door te spelen.

Deze klachten moeten helaas! ook thans nog vaak geuit worden, n.1. dat er teveel aan geheugenwerk en vaak te weinig aan het verwerken van de leerstof wordt gedaan.

In 1881 deelde Richard Hol in de algemeene vergadering mede, dat het gehalte der geslaagde candidaten zoo verschillend was, dat het z.i. noodig is dit op het diploma te vermelden in den vorm van lsten, 2en of 3en graad. Dit voorstel werd toen niet aangenomen en daarom trok H o 1 zich uit het bestuur terug. In zijn plaats werd M e y r o o s weêr gekozen, die de functie van 2en secretaris op zich nam, Nicolaï werd le voorzitter en Van der Linden le secretaris.

Een paar jaar later stelde Da n. de Lange namens de Maatschappij t. b. d. Toonkunst voor, de examens die zij ook wilde houden te combineeren met die der N.T.V. Dit voorstel, waarvoor het Bestuur wel iets voelde, werd echter niet aangenomen, daar de leden der N.T.V. hun zelfstandigheid wenschten te «ewaren.

Ieder jaar nam het aantal candidaten toe en in den loop der jaren werden de programma's — meestal om de vier jaren — herzien en, zoo noodig, aangevuld, zoodat langzamerhand hooger eischen

Sluiten