Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

DE VEREENIGDE TIJDSCHRIFTEN

aanslag van Cornelis en niet minder de warme muzikaliteit, welke ons uit zijn spel tegenkomt, verdienen de hoogste bewondering. Een uitstekende pianiste, die te zelden op het podium komt is Mevrouw Kattenburg—Hartz; als ensemble-speelster heeft zij ongemeene verdiensten. Het jaarlijksche concert van Mejuffrouw Jeannette Cyfer heeft deze zeer begaafde pianiste wederom rijken en welverdienden bijval verschaft.

Zangers en zangeressen zijn er ook genoeg geweest: ik sprak reeds van Max Kloos, wiens edele stem en diep-ernstige voordracht hem tot een kunstenaar van hoogen rang stempelen. Hij moet ongetwijfeld een genre-zanger heeten, maar in dat genre mag men hem gerust allervoortreffelijkst noemen. Verrassend is het optreden van Gerard Zalsman geweest; het verblijf gedurende acht jaar in de morgenlanden heeft den kunstenaar geen kwaad berokkend. De stem nog steeds edel, boeiend door voornamen klank, wordt uitmuntend beheerscht, zoodat de zanger in staat is alle nuances van het lied tot hun recht te laten komen. Moderne liederen en stukken van het klassieke repertoire hebben Zalsman een bijzonderen bijval gebracht. Een buitengewone verschijning in onze concertzaal is de Dordtsche zangeres Mevrouw Mak van Waay, die over een prachtig jong, stralend sopraangeluid beschikt, dat haar zeker binnen kort bekendheid in ons geheele land zal verschaffen. Het zingen van Urlus is nog zoo buitengewoon in alle opzichten, dat het moeielijk valt te gelooven, dat de kunstenaar de zestig nadert. Zijn medewerking aan een uitvoering van Mahler's „Lied von der Erde" onder Mengelberg's leiding heeft ertoe bijgedragen deze uitvoering tot een onvergetelijk muzikaal genot te maken.

Van onze vaderlandsche violisten heeft zich Francis Koene, de eerste concertmeester van het Utrechtsch Stedelijk orkest, bijzonder verdienstelijk gemaakt met

de uitvoering van eenige Sonaten van Beethoven; dat hij in Evert Cornelis een voortreffelijk partner had is terloops reeds opgemerkt. Het muzikaal doordachte en gevoelige spel van Koene heeft weer terdege de aandacht getrokken.

Het Hollandsche Strijkkwartet (de heeren Leydensdorff, Röntgen, Mendes en Canivez) heeft bij een uitvoering van de Volks-Universiteit eens even duidelijk gemaakt, dat dit Nederlandsche ensemble de vergelijking met beroemde buitenlandsche kwartetten doorstaan kan. Overal in den lande waar Kamermuziekvereenigingen zijn, behoort men deze Nederlandsche kunstenaars te noodigen; hun prestaties kunnen niet anders dan schitterend genoemd worden. Een verrassing is ook de avond van het Haagsche Strijkkwartet geweest, waaraan de harpiste Mevrouw Rosa Spier haar medewerking gegeven heeft. Ik heb veel harpisten gehoord, doch weet er op het oogenblik in Europa geen te noemen, wiens spel volkomener is dan dat van de Haagsche kunstenares; het is niet alleen van een schitterende techniek, maar ook van een rijke, diepe fantasie. Het Haagsche kwartet de heeren: Swaap, Poth, Devert en van Isterdael heeft zich tot een ensemble van hooge kwaliteiten ontwikkeld, dat eveneens overal een gunstig onthaal ten volle verdient.

Er zouden nog meer namen te noemen zijn: ik denk aan de pianisten Louis Schnitzler en Bernard Tabbernal, accompagnateurs van de beste soort, aan zangers als van Tulder, Caro, Iseke, die telkens bij uitvoeringen van Koorvereenigingen zich zeer te waardeeren krachten toonen, aan Jules Moes, man van bijzondere artistieke gaven, wiens werk nog steeds bewondering afdwingt. En dan mag ik dit overzicht niet eindigen zonder melding te maken van het optreden van Max Orobio de Castro, een van de eerste violoncellisten van zijn tijd, en van het Trio Rijnbergen, Eberle, Kaltwasser, dat te

Sluiten